UC03 Haal op set identificerende gegevens

De use case 'Haal op set identificerende gegevens' beschrijft de stappen voor het ophalen van een unieke set identificerende gegevens uit de registratie Gemeentelijke Basisadministratie (GBA) en Registratie Niet-Ingezetenen (RNI).

Hoofdscenario

Initiatie

Ontvang bericht “Haal op set identificerende gegevens”

De use case start met de ontvangst van het bericht “Haal op set identificerende gegevens”. In dit bericht staan de volgende gegevens:

Vraagbericht

  • Algemeen deel
  • Identificatie afzender
  • Berichtnummer afzender
  • Indicatie eindgebruiker
  • 1 of meerdere vragen
  • Vraagnummer
  • BSN

Leg bericht “Haal op set identificerende gegevens” vast

Het BV BSN-berichtnummer wordt toegekend en het vraagbericht wordt vastgelegd in het berichtenlogboek. Zie use case “Leg bericht vast”.

Autoriseer verzoek

De autorisatie wordt aangevraagd en verleend. Zie use case “Autoriseer verzoek” (zie ook Alternatieve scenario´s 1).

Verwerking

Controleer bericht

Het bericht moet voldoen aan de volgende eisen:

  • Het vraagnummer moet bij 1 beginnen (zie Alternatieve scenario’s 2)
  • De vraagnummers moeten oplopend zijn (zie Alternatieve scenario’s 3)
  • Het bericht moet minimaal één vraag bevatten (zie Alternatieve scenario’s 4)
  • Het bericht mag niet meer vragen bevatten dan het toegestane maximum, waarbij dit maximum een instelbare waarde heeft en initieel wordt ingesteld op 1 (zie Alternatieve scenario’s 5)
  • De afzender moet gevuld zijn (zie Alternatieve scenario’s 6)
  • Het berichtnummer van de afzender moet gevuld zijn (zie Alternatieve scenario’s 7)
  • De indicatie eindgebruiker moet gevuld zijn (zie Alternatieve scenario’s 8)
  • De vraagnummers moeten gevuld zijn (zie Alternatieve scenario’s 9)

De volgende stappen (zie activiteitendiagram) worden voor iedere vraag in het bericht herhaald.

Controleer nummer

Het opgegeven BSN wordt gecontroleerd en moet voldoen aan de volgende eisen:

  • Het BSN moet gevuld zijn (zie Alternatieve scenario’s 10)
  • Het BSN moet voldoen aan de 11-proef (zie Alternatieve scenario’s 11)
  • Het BSN moet in verkeer zijn bij GBA of RNI (zie Alternatieve scenario’s 11)

Bepaal registratie

Aan de hand van het opgegeven BSN wordt in het nummerregister bepaald bij welke registratie (GBA of RNI) de identificerende gegevens moeten worden opgehaald.

Haal op set identificerende gegevens

Het systeem raadpleegt de registratie die in de vorige stap is bepaald. (zie ook Alternatieve scenario´s 12). De volgende gegevens worden uit de registratie opgehaald:

Gegevens uit registratie

  • BSN
  • Voornamen
  • Adellijke titel/predikaat
  • Voorvoegsels geslachtsnaam
  • Geslachtsnaam
  • Geboortedatum
  • Geboorteplaats
  • Geboorteland
  • Geslachtsaanduiding
  • Aanduiding gegevens in onderzoek persoon
  • Datum ingang onderzoek persoon
  • Datum einde onderzoek persoon
  • Datum overlijden
  • Aanduiding gegevens in onderzoek overlijden
  • Datum ingang onderzoek overlijden
  • Datum einde onderzoek adres
  • Omschrijving reden opschorting
  • Indicatie geheim
  • Gemeente van inschrijving
  • Functie adres
  • Gemeentedeel
  • Straatnaam
  • Huisnummer
  • Huisletter
  • Huisnummertoevoeging
  • Aanduiding bij huisnummer
  • Postcode
  • Woonplaatsnaam
  • Locatiebeschrijving
  • LandAdresBuitenland
  • DatumAanvangAdresBuitenland
  • Regel1AdresBuitenland
  • Regel2AdresBuitenland
  • Regel3AdresBuitenland
  • Land vanwaar ingeschreven
  • Aanduiding gegevens in onderzoek adres
  • Datum ingang onderzoek adres
  • Datum einde onderzoek adres

Controleer zoekresultaat

Hierna worden de volgende situaties onderscheiden:

  • Als er één resultaat gevonden is, worden de gevonden identificerende gegevens teruggemeld.
  • Als er meerdere resultaten gevonden zijn, wordt dit gemeld aan de afzender en wordt er een fout naar het nummerfoutenlogboek gestuurd (zie ook Alternatieve scenario’s 13)
  • Als er geen resultaat gevonden is, wordt dit teruggemeld aan de afzender (Zie ook Alternatieve scenario´s 13).

Afronding

Stel antwoordbericht “Haal op set identificerende gegevens” samen

In onderstaande tabel wordt beschreven welke gegevens in het antwoordbericht zijn opgenomen.

Antwoordbericht
Algemeen deel

  • Berichtnummer afzender
  • BV BSN Berichtnummer
  • Berichtresultaatcode (3000)
  • Omschrijving berichtresultaat (“Verwerking bericht succesvol”)

1 of meerdere antwoorden

  • Vraagnummer
  • Resultaatcode (3002)
  • Omschrijving resultaat (“Resultaat gevonden”)
  • BSN
  • Voornamen
  • Adellijke titel/predikaat
  • Voorvoegsels geslachtsnaam
  • Geslachtsnaam
  • Geboortedatum
  • Geboorteplaats
  • Geboorteland
  • Geslachtsaanduiding
  • Aanduiding gegevens in onderzoek persoon
  • Datum ingang onderzoek persoon
  • Datum overlijden
  • Aanduiding gegevens in onderzoek overlijden
  • Datum ingang onderzoek overlijden
  • Omschrijving reden opschorting
  • Indicatie geheim
  • Gemeente van inschrijving1
  • FunctieAdres1
  • Gemeentedeel1
  • Straatnaam1
  • Huisnummer1
  • Huisletter1
  • Huisnummertoevoeging1
  • Aanduiding bij huisnummer1
  • Postcode1
  • Woonplaatsnaam1
  • Locatiebeschrijving1
  • LandAdresBuitenland2
  • DatumAanvangAdresBuitenland2
  • Regel1AdresBuitenland2
  • Regel2AdresBuitenland2
  • Regel3AdresBuitenland2
  • Land vanwaar ingeschreven1
  • Aanduiding gegevens in onderzoek adres1
  • Datum ingang onderzoek adres

In de volgende gevallen zal geen volledige set van identificerende gegevens in het antwoordbericht worden opgenomen:

  • Als in de registratie de omschrijving reden opschorting gelijk is aan “E” (emigratie) of “M” (ministerieel besluit) of gemeente van inschrijving = “Registratie Niet Ingezetenen (RNI) “, worden de binnenlandse verblijfplaatsgegevens (aangeduid met “1”) niet in het antwoordbericht opgenomen.
  • Als in de registratie de gemeente van inschrijving is ongelijk aan “Registratie Niet Ingezetenen (RNI) “, worden de buitenlandse verblijfplaatsgegevens (aangeduid met “2”) niet in het antwoordbericht opgenomen.
  • Als in de registratie de indicatie geheim ongelijk is aan “0”, worden de verblijfplaatsgegevens (aangeduid met “1” en “2” ) niet in het antwoordbericht opgenomen.

Als in de registratie de datum ingang onderzoek is gevuld en de datum einde onderzoek niet is gevuld, dan betekent dit dat de betreffende gegevens in onderzoek zijn. De aanduiding gegevens in onderzoek is dan gevuld. In alle andere gevallen betekent het dat de betreffende gegevens niet in onderzoek zijn. De datum ingang onderzoek en de aanduiding gegevens in onderzoek worden dan niet in het antwoordbericht
opgenomen.

Het veld indicatie geheim wordt in het antwoordbericht als volgt
opgenomen:

  • Indien indicatie geheim = 0, dan wordt “Nee” opgenomen in het antwoordbericht.
  • Indien indicatie geheim <> 0, dan wordt “Ja” opgenomen in het antwoordbericht.

Leg antwoordbericht “Haal op set identificerende gegevens” vast

Het antwoordbericht wordt vastgelegd in het berichtenlogboek. Zie use case “Leg bericht vast”.

Bied antwoordbericht “Haal op set identificerende gegevens” aan

Het bericht wordt aangeboden aan de afzender.

Vul het auditlog

Het systeem registreert in het auditlog het resultaat van alle bovenstaande stappen. De volgende gegevens worden hierbij vastgelegd (Zie ook Alternatieve scenario´s 14):

Tabel
Gegevens auditlog Toelichting
Huidige datum en tijd Systeemdatum-tijd
Identificatie afzender DN uit het certificaat
BV BSN-berichtnummer Het toegekende BV BSN
berichtnummer
Berichtnummer afzender Overnemen uit vraagbericht
Indicatie eindgebruiker/instantie Overnemen uit vraagbericht
Uitgevoerde actie De stap die uitgevoerd is
Resultaat van de uitgevoerde actie Resultaat van de uitgevoerde
stap
Resultaatcode Berichtresultaatcode uit het
antwoordbericht

Wanneer alle stappen met succes zijn doorlopen, worden de voorkomens van de betreffende stappen in het auditlog verwijderd. Van het verwerkte bericht wordt één nieuw voorkomen aangemaakt met de volgende gegevens:

Tabel
Gegevens auditlog Toelichting
Huidige datum en tijd Datum-tijd van de eerste stap
van het auditlog van betreffende
bericht
Identificatie afzender DN uit het certificaat
BV BSN-berichtnummer Het toegekende BV BSN
berichtnummer
Berichtnummer afzender Overnemen uit vraagbericht
Indicatie eindgebruiker/instantie Overnemen uit vraagbericht
Uitgevoerde actie “Bericht verwerkt”
Resultaat van de uitgevoerde actie “Succesvol"
Resultaatcode Berichtresultaatcode uit het
antwoordbericht

Alternatieve scenario's

Alternatief 1: Autorisatie mislukt

Indien de autorisatie wordt geweigerd, wordt het volgende antwoordbericht verstuurd naar de afzender “Afzender niet geautoriseerd” (berichtresultaatcode 4). Daarnaast wordt een melding in het systeemfoutenlogboek opgenomen. Hierna wordt verdergegaan met de afronding, waarbij in het antwoordbericht de genoemde berichtresultaatcode en omschrijving worden opgenomen.

Alternatief 2: Vraagnummer begint niet bij nummer 1

Indien de vraagnummer niet bij nummer 1 begint, wordt het volgende antwoordbericht verstuurd naar de afzender “Vraagnummer begint niet bij 1” (berichtresultaatcode 13). Hierna wordt verdergegaan met de afronding, waarbij in het antwoordbericht de genoemde berichtresultaatcode en omschrijving worden opgenomen.

Alternatief 3: Vraagnummers zijn niet oplopend

Indien de nummering van vraagnummers niet oplopend +1 zijn, wordt het volgende antwoordbericht verstuurd naar de afzender “Vraagnummers zijn niet oplopend” (berichtresultaatcode 14). Hierna wordt verder gegaan met de afronding, waarbij in het antwoordbericht de genoemde berichtresultaatcode en omschrijving worden opgenomen.

Alternatief 4: Bericht bevat geen vragen

Indien het inkomende bericht geen vragen bevat, wordt de volgende foutmelding naar de afzender verstuurd ”Het bericht moet minimaal één vraag bevatten” (berichtresultaatcode 7). Hierna wordt verder gegaan met de afronding, waarbij in het antwoordbericht de genoemde berichtresultaatcode en omschrijving worden opgenomen.

Alternatief 5: Bericht bevat teveel vragen

Indien het inkomende bericht meer dan n vragen bevat, wordt de volgende foutmelding naar de afzender verstuurd “Het bericht bevat meer vragen dan het toegestane maximum” (berichtresultaatcode 6). Hierna wordt verdergegaan met de afronding, waarbij in het antwoordbericht de genoemde berichtresultaatcode en omschrijving worden opgenomen.

Alternatief 6: Identificatie afzender in vraagbericht is niet gevuld

Indien het veld Identificatie afzender van het vraagbericht niet gevuld is, wordt de volgende foutmelding naar de afzender verstuurd ”De afzender van het bericht moet gevuld zijn” (berichtresultaatcode 8). Hierna wordt verdergegaan met de afronding, waarbij in het antwoordbericht de genoemde berichtresultaatcode en omschrijving worden opgenomen.

Alternatief 7: Berichtnummer afzender in vraagbericht is niet gevuld

Indien het veld berichtnummer afzender van het vraagbericht niet gevuld is, wordt de volgende melding naar de afzender verstuurd ”Het berichtnummer van de afzender moet gevuld zijn” (berichtresultaatcode 9). Hierna wordt verdergegaan met de afronding, waarbij in het antwoordbericht de genoemde berichtresultaatcode en omschrijving
worden opgenomen.

Alternatief 8: Indicatie eindgebruiker in vraagbericht is niet gevuld

Indien het veld indicatie eindgebruiker van het vraagbericht niet gevuld is, wordt de volgende melding naar de afzender verstuurd ”De indicatie eindgebruiker van het bericht moet gevuld zijn” (berichtresultaatcode 10). Hierna wordt verdergegaan met de afronding, waarbij in het antwoordbericht de genoemde berichtresultaatcode en omschrijving
worden opgenomen.

Alternatief 9: Een of meer vraagnummers niet ingevuld

Indien een of meer vraagnummers niet ingevuld zijn, wordt de volgende melding naar de afzender verstuurd “De vraagnummers moeten gevuld zijn” (berichtresultaatcode 11). Hierna wordt verdergegaan met de afronding, waarbij in het antwoordbericht de genoemde berichtresultaatcode en omschrijving worden opgenomen.

Alternatief 10: BSN is niet gevuld

Indien het veld BSN van het vraagbericht niet gevuld is, wordt de volgende melding naar de afzender verstuurd ”BSN moet gevuld zijn” (resultaatcode 3004). Hierna wordt verdergegaan met de volgende vraag, indien deze aanwezig is.

Alternatief 11: Fout bij controleren van het nummer

Indien er een fout is opgetreden bij het controleren van het nummer, wordt de volgende melding naar de afzender verstuurd “Nummer is geen BSN” (resultaatcode 3003). Hierna wordt verdergegaan met de volgende vraag, indien deze aanwezig is.

Alternatief 12: Fout bij ophalen gegevens

Indien er een fout optreedt bij het ophalen van de gegevens uit de registratie, wordt de melding ”Er is een fout opgetreden” (berichtresultaatcode 2) in het antwoordbericht verstuurd naar de afzender. Daarnaast wordt een melding in het systeemfoutenlogboek opgenomen Hierna wordt verdergegaan met de afronding, waarbij in het
antwoordbericht de genoemde berichtresultaatcode en omschrijving worden opgenomen.

Alternatief 13: Geen of meerdere resultaten gevonden

Als er geen of meerdere resultaten gevonden zijn, wordt de melding “Vraag heeft niet tot één persoon geleid” in het antwoordbericht opgenomen (resultaatcode 3001).
Indien er sprake is van de volgende situaties, wordt een fout aan het nummerfoutenlogboek toegevoegd:

  • het BSN komt voor in het nummerregister en is “in verkeer” en
  • het BSN is meerdere keren aangetroffen in de registratie die vermeld staat in het nummerregister

De volgende gegevens met betrekking tot het foutvermoeden worden
opgenomen in het nummerfoutenlogboek:

Tabel
Gegevens nummerfoutenlogboek Toelichting
Foutnummer Uniek volgnummer
BV BSN-Berichtnummer Nummer van het bericht waarbij de fout
optrad
BSN BSN waar de fout betrekking op heeft
Indicatie van de fout “BSN komt meerdere malen voor in
registratie”
Datum/tijd Datum tijd van constatering van de fout
Status van de verwerking van de fout Open

Indien het nummerfoutenlogboek niet gevuld kan worden, wordt een melding in het systeemfoutenlogboek opgenomen. Dit heeft verder geen invloed op de verwerking van het bericht. Hierna wordt verdergegaan met de volgende vraag, indien deze aanwezig
is.

Alternatief 14: Fout bij vullen auditlog

Indien het auditlog niet gevuld kan worden, wordt een melding in het
systeemfoutenlogboek opgenomen en moet de verwerking van het bericht stoppen. Aan de afzender van het bericht wordt de melding "Er is een fout opgetreden" (berichtresultaatcode 2) verstuurd. Indien het tussenstappen betreft wordt direct verdergegaan met de afronding, waarbij in het antwoordbericht de genoemde
berichtresultaatcode en omschrijving worden opgenomen. Indien het de laatste stap betreft, zal wel de beheerorganisatie, maar niet de afzender hierover geïnformeerd worden.

Subprocessen

Niet van toepassing.

Belangrijke scenario’s

Niet van toepassing.

Precondities

  • De afzender die het bericht verstuurt is geauthenticeerd (zie use case: authenticeren).

Postcondities

  • Alle ondernomen acties zijn vastgelegd in het auditlog;
  • Er is een antwoordbericht verstuurd naar de afzender.

Extensies

Niet van toepassing.

Speciale eisen

Niet van toepassing.