UC32 Vastleggen foutvermoeden

De use case 'Vastleggen foutvermoeden' beschrijft de stappen voor het melden van een foutvermoeden door een beheercomponent.

Hoofdscenario

Initiatie

Ontvang bericht “melden foutvermoeden”

De use case start met de ontvangst van het bericht “melden foutvermoeden”. In dit bericht staan de volgende gegevens:

Vraagbericht

  • Identificatie afzender
  • Berichtnummer afzender
  • Nummer
  • Indicatie van de fout
  • Datum/tijd

Leg bericht “melden foutvermoeden” vast

Het BV BSN-berichtnummer wordt toegekend en het vraagbericht wordt vastgelegd in het berichtenlogboek. Zie use case “Leg bericht vast”.

Autoriseer verzoek

De autorisatie wordt aangevraagd en verleend. Zie use case “Autoriseer verzoek” (Zie ook alternatieve scenario´s 1).

Verwerking

Controleer bericht

Het bericht moet voldoen aan de volgende eisen:

  • De afzender moet gevuld zijn (zie Alternatieve scenario’s 2)
  • Het berichtnummer van de afzender moet gevuld zijn (zie Alternatieve scenario’s 3)
  • Nummer moet gevuld zijn (zie Alternatieve scenario’s 4)
  • Het nummer moet aan de 11-proef voldoen (zie Alternatieve scenario’s 5)
  • Datum/tijd moet valide zijn (zie Alternatieve scenario’s 6)

Leg foutvermoeden vast in nummerfoutenlogboek

Het foutvermoeden wordt vastgelegd in het nummerfoutenlogboek, hierbij worden de volgende gegevens vastgelegd (zie Alternatieve scenario’s 7):

Tabel
Gegevens nummerfoutenlogboek Toelichting
Foutnummer Uniek volgnummer
Berichtnummer Berichtnummer waarmee de fout gemeld is.
BSN BSN waar de fout betrekking op heeft
Indicatie van de fout Overnemen uit vraagbericht (afkappen indien
te lang)
Datum/tijd Overnemen uit vraagbericht
Status van de verwerking van de fout Open

Afronding

Stel antwoordbericht “melden foutvermoeden” samen

In onderstaande tabel wordt beschreven welke gegevens in het antwoordbericht zijn opgenomen.

Antwoordbericht

  • Algemeen deel
  • Berichtnummer afzender
  • BV BSN Berichtnummer
  • Berichtresultaatcode (32000)
  • Omschrijving berichtresultaat (“Verwerking bericht succesvol”)
  • Behandelnummer

Leg antwoordbericht “melden foutvermoeden” vast

Het antwoordbericht wordt vastgelegd in het berichtenlogboek. Zie use case “Leg bericht vast”.

Bied antwoordbericht “melden foutvermoeden” aan

Het antwoordbericht wordt aangeboden aan de afzender.

Vul het auditlog

Het systeem registreert in het auditlog het resultaat van alle bovenstaande stappen. De volgende gegevens worden hierbij vastgelegd (Zie ook alternatieve scenario´s 8):

Tabel
Gegevens auditlog Toelichting
Huidige datum en tijd Systeemdatum-tijd
Identificatie afzender DN uit het certificaat
BV BSN-berichtnummer Het toegekende BV BSN berichtnummer
Berichtnummer afzender Overnemen uit vraagbericht
Indicatie eindgebruiker/instantie Overnemen uit vraagbericht
Uitgevoerde actie De stap die uitgevoerd is
Resultaat van de uitgevoerde actie Resultaat van de uitgevoerde stap
Resultaatcode Berichtresultaatcode uit het
antwoordbericht

Wanneer alle stappen met succes zijn doorlopen, worden de voorkomens van de betreffende stappen in het auditlog verwijderd. Van het verwerkte bericht wordt één nieuw voorkomen aangemaakt met de volgende gegevens:

Tabel
Gegevens auditlog Toelichting
Huidige datum en tijd Datum-tijd van de eerste stap van het auditlog van betreffende bericht
Identificatie afzender DN uit het certificaat
BV BSN-berichtnummer Het toegekende BV BSN berichtnummer
Berichtnummer afzender Overnemen uit vraagbericht
Indicatie eindgebruiker/instantie Overnemen uit vraagbericht
Uitgevoerde actie “Bericht verwerkt”
Resultaat van de uitgevoerde actie "Succesvol"
Resultaatcode Berichtresultaatcode uit het
antwoordbericht

Alternatieve scenario's

Alternatief 1: Autorisatie mislukt

Indien de autorisatie wordt geweigerd, wordt het volgende antwoordbericht verstuurd naar de afzender “Afzender niet geautoriseerd” (berichtresultaatcode 4) Daarnaast wordt een melding in het systeemfoutenlogboek opgenomen. Hierna wordt verdergegaan met de afronding, waarbij in het antwoordbericht de genoemde berichtresultaatcode en omschrijving worden opgenomen.

Alternatief 2: Identificatie afzender in vraagbericht is niet gevuld

Indien het veld Identificatie afzender van het vraagbericht niet gevuld is, wordt de volgende foutmelding naar de afzender verstuurd ”De afzender van het bericht moet gevuld zijn” (berichtresultaatcode 8). Hierna wordt verdergegaan met de afronding, waarbij in het antwoordbericht de genoemde berichtresultaatcode en omschrijving worden opgenomen.

Alternatief 3: Berichtnummer afzender in vraagbericht is niet gevuld

Indien het veld berichtnummer afzender van het vraagbericht niet gevuld is, wordt de volgende melding naar de afzender verstuurd ”Het berichtnummer van de afzender moet gevuld zijn” (berichtresultaatcode 9). Hierna wordt verdergegaan met de afronding, waarbij in het antwoordbericht de genoemde berichtresultaatcode en omschrijving worden opgenomen.

Alternatief 4: Nummer is niet gevuld

Indien het veld ‘nummer’ van het vraagbericht niet gevuld is, wordt de volgende melding naar de afzender verstuurd ”Nummer moet gevuld zijn” (berichtresultaatcode 32002). Hierna wordt verdergegaan met de afronding, waarbij in het antwoordbericht de genoemde berichtresultaatcode en omschrijving worden opgenomen.

Alternatief 5: Nummer voldoet niet aan de 11-proef

Indien het veld ‘nummer’ van het vraagbericht niet voldoet aan de 11- proef, wordt de volgende melding naar de afzender verstuurd ”Nummer voldoet niet aan de 11-proef” (berichtresultaatcode 32003). Hierna wordt verdergegaan met de afronding, waarbij in het antwoordbericht de genoemde berichtresultaatcode en omschrijving worden opgenomen.

Alternatief 6: Datum/tijd niet valide

Indien de datum-tijd niet geldig is (onjuist formaat of ongeldige datum), wordt de volgende melding naar de afzender verstuurd: “Datum-tijd niet valide” (berichtresultaatcode 32004). Hierna wordt verdergegaan met de afronding, waarbij in het antwoordbericht de genoemde berichtresultaatcode en omschrijving worden opgenomen.

Alternatief 7: Vastleggen foutvermoeden niet gelukt

Indien er een fout is opgetreden bij het vastleggen van het foutvermoeden in het nummerfoutenlogboek, wordt de volgende melding naar de afzender verstuurd “Er is een fout opgetreden” (berichtresultaatcode 2). Daarnaast wordt een melding in het systeemfoutenlogboek opgenomen. Hierna wordt verdergegaan met de afronding, waarbij in het antwoordbericht de genoemde berichtresultaatcode en omschrijving worden opgenomen.

Alternatief 8: Fout bij vullen auditlog

Indien het auditlog niet gevuld kan worden, wordt een melding in het systeemfoutenlogboek opgenomen en moet de verwerking van het bericht stoppen. Aan de afzender van het bericht wordt de melding "Er is een fout opgetreden" (berichtresultaatcode 2) verstuurd. Indien het tussenstappen betreft wordt direct verdergegaan met de afronding, waarbij in het antwoordbericht de genoemde
berichtresultaatcode en omschrijving worden opgenomen. Indien het de laatste stap betreft, zal wel de beheerorganisatie, maar niet de afzender hierover geïnformeerd worden.

Subprocessen

Niet van toepassing.

Belangrijke scenario’s

Niet van toepassing.

Precondities

  • De afzender die het bericht verstuurt is geauthenticeerd (zie use case: authenticeren).

Postcondities

  • Alle ondernomen acties zijn vastgelegd in het auditlog;
  • Er is een antwoordbericht verstuurd naar de afzender.

Extensies

Niet van toepassing.

Speciale eisen

Niet van toepassing.