Overslaan en naar de inhoud gaan
Naslagwerk

LO-457 Uitbreiden tabel 38 met burggraaf / burggravin

LO-457 Uitbreiden tabel 38 met burggraaf / burggravin

1 Probleemstelling

1.1 Omschrijving

In 1994 is de Wet op de adeldom in werking getreden. De adeldom heeft daarmee in Nederland een wettelijke basis. In artikel 5 van die wet is uitdrukkelijk bepaald dat adeldom wordt vermeld op officiële documenten waar dit vereist is, tenzij de betrokken persoon verzoekt de vermelding achterwege te laten of te verwijderen. Uit de wetgeschiedenis blijkt dat het begrip officiële documenten ruim moet worden geïnterpreteerd als alle door overheidsinstanties opgestelde schriftelijke stukken die rechten of verplichtingen van betrokkenen vastleggen dan wel een aanvraag, aangifte, verklaring of bewijs bevatten.

De Hoge Raad van Adel adviseert de regering over:

  • adelszaken;
  • wapens van Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen;
  • namen, titels, wapens en onderscheidingsvlaggen van leden van het Koninklijk Huis;
  • emblemen van de krijgsmachtsonderdelen.

De Raad is ingesteld in 1814 en is het vaste adviescollege van de Kroon op het gebied van adeldom en overheidsheraldiek. Het is de Raad gebleken dat in het Logisch Ontwerp BRP in tabel 38 betreffende de adellijke titels de titel van burggraaf/burggravin ontbreekt.

1.2 Herkomst

De Hoge Raad voor de Adel heeft RvIG per brief verzocht om de titels op te nemen in tabel 38.

1.3 Raakvlakken

Er zijn geen raakvlakken met andere LO-wijzigingen.

2 Oplossing

2.1 Huidige situatie

Er is een overzicht van de adellijke titels en predicaten volgens tabel 38

02.21 Code adellijke titel/predicaat

02.20 Omschrijving adellijke titel/predicaat

02.23 Soort

B

baron

titel

BS

barones

titel

G

graaf

titel

GI

gravin

titel

H

hertog

titel

HI

hertogin

titel

JH

jonkheer

predicaat

JV

jonkvrouw

predicaat

M

markies

titel

MI

markiezin

titel

P

prins

titel

PS

prinses

titel

R

ridder

titel

2.2 Oplossing

De titel burggraaf en burggravin toevoegen aan het overzicht van adellijke titels en predicaten. Dit leidt tot een aanpassing in tabel 38.

02.21 Code adellijke titel/predicaat

02.20 Omschrijving adellijke titel/predicaat

02.23 Soort

BG

burggraaf

titel

BI

burggravin

titel

In het Logisch Ontwerp BRP wordt de beschrijving van het Dt01- en het Dw01-bericht als volgt aangepast in par. 5.4.9.2:

Berichtnummer Dt01
Berichtnaam Toevoegen tabelregel
Omschrijving was: Bericht ter uitbreiding van een tabel niet zijnde de autorisatietabel, de voorvoegseltabel, de tabel adellijke titel/predicaat of PK ‑afnemerstabel.
Omschrijving wordt: Bericht ter uitbreiding van een tabel niet zijnde de autorisatietabel of de voorvoegseltabel.

 

Berichtnummer Dw01
Berichtnaam Wijzigen tabelregel
Omschrijving was: Bericht ter wijziging van een tabel niet zijnde de autorisatietabel, de voorvoegseltabel, de tabel adellijke titel/predicaat of PK ‑afnemerstabel.
Omschrijving wordt: Bericht ter wijziging van een tabel niet zijnde de autorisatietabel of de voorvoegseltabel.

2.3 Openstaande punten

Er zijn na de inwerkingtreding van deze wijziging geen openstaande punten.

3 Invoering

Deze wijziging heeft een beoogde invoeringsdatum van 1 juli 2027.

4 Gevolgen

4.1 Documentatie

Deze wijziging hoeft alleen doorgevoerd te worden in Tabel 38 en in het Logisch Ontwerp BRP. Er zijn geen gevolgen voor de HUP en de WIR, of voor de andere LO’s (LO BES, LO BSN, LO BRPk en LO PBK).

4.2 Gemeenten

Gemeenten moeten er rekening mee houden dat de toegevoegde titels kunnen worden getoond op schermen en op documenten uit de BRP, en moeten kunnen worden geregistreerd op persoonslijsten.

4.3 Afnemers

Afnemers moeten de nieuwe titel kunnen verwerken in hun systemen en gebruiken bij de aanschrijving van burgers die deze titels dragen.

4.4 IND

Geen gevolgen.

4.5 Caribische landen en Caribisch Nederland

De (ei)landen in het Caribisch deel van het Koninkrijk moeten er rekening mee houden dat de toegevoegde titels kunnen worden getoond op schermen en op documenten uit de bap BES, en moeten kunnen worden geregistreerd op persoonslijsten.

4.6 RvIG-systemen

RvIG moet de nieuwe titel invoeren in de Tabellen Applicatie. Tevens moeten de nieuwe titels door de RNI-applicatie kunnen worden verwerkt en geregistreerd op persoonslijsten. Ook BRP-V moet de nieuwe titels kunnen verwerken.

Delen

Naslagwerk

LO-048 / W190 Uitfaseren Hq01- en Xq01-berichtencycli

LO-048 / W190 Uitfaseren Hq01- en Xq01-berichtencycli

1 Probleemstelling

1.1 Omschrijving

Al geruime tijd zijn er verschillende manieren waarop de BRP Verstrekkingsvoorziening ad hoc kan worden bevraagd:

  • met de ad hoc vraag (Hq01) en Ad hoc adresvraag (Xq01) via de berichtendienst;
  • met de ad hoc vraag of de ad hoc adresvraag via de ad hoc webservice;
  • met de BRP API's.

Ad hoc (adres)vragen via de berichtendienst en via de webservice lijken heel veel op elkaar in de zin dat ze afnemers in staat stellen de BRP-V te bevragen door een persoon of adres te identificeren en van die persoon of dat adres een aantal gegevens op te vragen. Maar er zijn er ook verschillen. De webservice ondersteunt "slim zoeken" en de Hq01 en Xq01 berichten doen dat niet. De webservice geeft resultaten over maximaal 10 personen (ad hoc vraag) of adressen (ad hoc adresvraag), terwijl de Ha01 en Xa01 antwoordberichten slechts één resultaat mogen bevatten. Ook zijn er verschillen in het onderscheiden van brief- en woonadressen.

Wijzigingen moeten door het ontwikkelteam van BRP-V veelal twee keer worden geïmplementeerd en de overeenkomsten en verschillen moeten telkens opnieuw worden uitgelegd, terwijl de overgrote meerderheid van alle ad hoc (adres)vragen reeds via de webservice worden gesteld. Daarom is het goed om afscheid te nemen van ad hoc bevraging via de Berichtendienst, en daarmee van de Hq01- en Xq01-berichtencycli.

1.2 Herkomst

Dit is een initiatief van RvIG en een wens van het functioneel beheerteam van BRP-V.

1.3 Raakvlakken

Er zijn geen raakvlakken met andere LO-wijzigingen.

2 Oplossing

2.1 Huidige situatie

In de huidige situatie kan de BRP Verstrekkingsvoorziening ad hoc kan worden bevraagd:

  • met de ad hoc vraag (Hq01) en Ad hoc adresvraag (Xq01) via de berichtendienst;
  • met de ad hoc vraag of de ad hoc adresvraag via de ad hoc webservice;
  • met de BRP API's.

2.2 Oplossing

In het onderhavige LO-wijzigingsvoorstel wordt afscheid genomen van de ad hoc vraag (Hq01) en de ad hoc adresvraag (Xq01) via de berichtendienst. Dat betekent dat als BRP-V nog een Hq01 of een Xq01 bericht ontvangt, het bericht zal worden beantwoord met een Pf01-bericht (protocolfout die aangeeft dat het berichttype niet gedefinieerd is). Alle delen van het LO die over de Hq01- en Xq01-berichten gaan of ernaar verwijzen, worden verwijderd.

2.3 Openstaande punten

Er zijn na de implementatie van deze wijziging geen openstaande punten.

3 Invoering

Berichtencycli worden pas afgeschaft als er geen afnemers meer zijn die er gebruik van maken, maar het is wel goed om hier een ultimatum aan te stellen. Voorlopig is die vastgesteld op 1 januari 2028.

4 Gevolgen

4.1 Documentatie

Deze wijziging in LO BRP heeft ook gevolgen voor LO BES, maar niet voor andere logisch ontwerpen (LO BSN, LO BRPk en LO PGK), ook niet voor de HUP en de WIR.

4.2 Gemeenten

Geen gevolgen.

4.3 Afnemers

Dit wijzigingsvoorstel heeft uiteraard alleen gevolgen voor afnemers die gebruik maken van de Hq01- en Xq01-berichtencycli. Zij zullen hun systemen aan moeten passen zodat ze voortaan gebruik maken van de ad hoc webservice of de BRP API's.

4.4 IND

Geen gevolgen.

4.5 Caribische landen en Caribisch Nederland

Geen gevolgen.

4.6 RvIG-systemen

Er zijn geen gevolgen voor RvIG-systemen anders dan BRP-V, dat geen Hq01 of Xq01 berichten meer zal ondersteunen en die dus zal beantwoorden met een Pf01-bericht.

Delen

Naslagwerk

LO-455 / W214 - Uitwisselen gezagsinformatie CGR - gemeenten fase II

LO-455 / W214 - Uitwisselen gezagsinformatie CGR - gemeenten fase II

1 Probleemstelling

1.1 Omschrijving

Gegevens over wie het gezag uitoefent over een minderjarige worden, als dit gezag niet van rechtswege berust bij één of beide ouders, in de BRP vastgelegd in categorie 11 Gezagsverhouding. Deze gegevens worden ontleend aan Centraal Gezagsregister (CGR) van de Raad voor de rechtspraak (Rvdr). Zodra de rechter een beslissing neemt over het gezag over een minderjarige, dan wordt die beslissing toegezonden aan de gemeente van inschrijving (of de RNI) van de minderjarige, zodat de medewerkers van de gemeente dit op de persoonslijst (PL) van de minderjarige kunnen registreren.

Tot voor kort werden zulke beschikkingen van de rechtbank per briefpost naar gemeenten gestuurd en handmatig door burgerzakenmedewerkers “vertaald” naar de registratie van het gezag in categorie 11 Gezagsverhouding zoals die in het Logisch Ontwerp BRP is beschreven. In LO-wijziging LO-244 is deze briefpost vervangen door een elektronisch bericht: de rechtbank stuurt een Og21-bericht naar de routeringsvoorziening van RvIG, die het bericht vervolgens vertaalt naar een vrij bericht (Vb01). Voor die tussenoplossing is gekozen omdat gemeenten druk waren met de implementatie van de BRP Berichten API en niet daarnaast ook nog een nieuwe berichtencyclus konden implementeren.

Met deze LO-wijziging wordt alsnog geregeld dat de routeringsvoorziening het Og21-bericht van de rechtbank doorstuurt naar de juiste gemeente van inschrijving. Dit maakt ook mogelijk dat foutsituaties die zich bij gemeenten kunnen voordoen, automatisch leiden tot een foutbericht terug naar de routeringsvoorziening, die vervolgens probeert het probleem op te lossen, bijvoorbeeld door het Og21-bericht door te sturen naar een gemeente waarnaar iemand net verhuisd is. Zo wordt voorkomen dat de rechtbanken “achter het net vissen” als een minderjarige toevallig net is verhuisd en worden ze niet geconfronteerd met mogelijke dubbelinschrijvingen, of verschillen in de registratie in de BRP-V en bij de gemeente of de RNI.

Het is nog steeds zo dat de vertaling naar de registratie van gezag op persoonslijsten handmatig moet plaatsvinden, maar op termijn moet het mogelijk worden om die te automatiseren.

1.2 Herkomst

Deze wijziging komt voort uit initiatief GEZ-02-01 Uitwisselen gezagsinformatie CGR – gemeenten, van programma Toekomst BRP.

1.3 Raakvlakken

Er zijn vooralsnog geen raakvlakken met andere LO-wijzigingen.

2 Oplossing

2.1 Huidige situatie

Op dit moment worden gegevens omtrent het gezag over een minderjarige in een Og21-bericht naar de routeringsvoorziening gestuurd, die de inhoud van het bericht vervolgens overzet in een Vb01-bericht en dat naar de gemeente van inschrijving stuurt. Maar daarna moet de routeringsvoorziening er vanuit gaan dat het bericht ook door die gemeente kan worden verwerkt en wordt de Og21-cyclus afgesloten met een verwerkbevestiging naar de Raad voor de rechtspraak. Het kan echter wel degelijk voorkomen dat de minderjarige over wie het bericht ging, net verhuisd is naar een andere gemeente, of overleden, of om andere redenen niet wordt aangetroffen in de registratie van de ontvangende gemeente. Op dit moment moeten gemeenten dit per telefoon of briefpost kenbaar maken bij de rechtbank.

2.2 Oplossing

De Og21-berichtencyclus wordt uitgebreid, zodat de routeringsvoorziening het Og21-bericht van een rechtbank doorstuurt naar de gemeente van inschrijving. Dit zorgt ervoor dat RvIG niet alleen foutscenario’s kan ondervangen en oplossen die zij zelf constateert, maar ook allerlei situaties die zich bij gemeenten kunnen voordoen. De routeringsvoorziening kan dan bijvoorbeeld het Og21-bericht doorsturen naar een gemeente waarnaar de minderjarige nét verhuisd is. Hierdoor krijgt de Raad voor de rechtspraak nog maar met een beperkt aantal foutscenario’s te maken en krijgt de Raad bovendien alleen een verwerkbevestiging als de uitspraak over het gezag over een minderjarige ook daadwerkelijk terecht is gekomen bij de gemeente waar die minderjarige staat ingeschreven.

2.3 Openstaande punten

Deze wijziging zorgt voor het elektronisch uitwisselen van gegevens omtrent het gezag over een minderjarige. Die gegevens moeten nog wel handmatig op de PL worden verwerkt; in een latere wijziging kan worden besloten om die verwerking geautomatiseerd te laten verlopen.

Daarnaast zijn die gegevens nu nog beperkt tot die gegevens die nodig zijn om de huidige registratie van gezag in de BRP te ondersteunen. In de toekomst is het denkbaar dat niet alleen van ouders, maar ook van derden of van gecertificeerde instellingen identificerende gegevens worden meegestuurd en vastgelegd op de persoonslijst, zodat afnemers van de BRP niet meer bij het CGR hoeven op te vragen wie gezag heeft over een minderjarige als dat gezag deels berust bij een derde.

3 Invoering

Voor de realisatie van deze wijziging is inzet nodig van:

  1. RvIG voor de ondersteuning van de aangepaste berichtencyclus in de routeringsvoorziening en het inrichten van processen voor de afhandeling van fouten die het gevolg zijn van onjuiste registratie van persoonsgegevens in de BRP;
  2. De burgerzakenleveranciers Centric, PinkRoccade en Shift2 voor de verwerking van het Og21-bericht en het aanmaken van de Of21-berichten.

Die laatste partijen zijn ook druk met de implementatie van de ondersteuning voor de BRP Berichten API en hebben aangegeven dat ze pas nadat ze over zijn gestapt op de BRP Berichten API kunnen gaan werken aan de ondersteuning van de nieuwe berichtencyclus. Naar verwachting kan die dan ook niet eerder dan 1 juli 2027 in gebruik worden genomen.

4 Gevolgen

4.1 Documentatie

Deze wijziging in LO BRP heeft geen gevolgen voor andere logisch ontwerpen (LO BSN, LO BRPk, LO BES en LO PBK), ook niet voor de HUP en de WIR.

4.2 Gemeenten

Gemeenten moeten de nieuwe berichtencyclus ondersteunen in hun burgerzakensystemen. Dit houdt in dat zij de leveranciers daarvan opdracht moeten geven om die ondersteuning te leveren.

4.3 Afnemers

Geen gevolgen.

4.4 IND

Geen gevolgen.

4.5 Caribische landen en Caribisch Nederland

Geen gevolgen.

4.6 RvIG-systemen

RvIG moet zorgen dat de nieuwe berichtencyclus wordt ondersteund door de routeringsvoorziening. Ook moeten de Of21-berichten op de juiste manier worden afgehandeld.

Delen

Naslagwerk

LO-445 Nieuwe verblijfstitels in T56 ivm Europees Migratiepact

LO-445 Nieuwe verblijfstitels in T56 ivm Europees Migratiepact

1 Probleemstelling

1.1 Omschrijving

Met ingang van 12 juni 2026 treedt het Europees Migratiepact (kortweg het Pact) in werking. Onder het Pact worden de asielprocedures in Europa geharmoniseerd. Dit heeft onder meer gevolgen voor de asielprocedure en voor de verlening van de asielvergunningen in Nederland. Om de wijzigingen in de aanvraagprocedure en asielvergunningen goed te registreren in de BRP worden er in totaal zeven nieuwe verblijfstitels geïntroduceerd in tabel 56 Verblijfstiteltabel.

1.2 Herkomst

Het toevoegen van nieuwe verblijfstitels is aangevraagd door het Ministerie van Justitie en Veiligheid en de IND.

1.3 Raakvlakken

Er zijn geen raakvlakken met andere LO-wijzigingen.

2 Oplossing

2.1 Huidige situatie

De nieuwe verblijfstitels ontbreken nu nog in tabel 56 Verblijfstiteltabel.

2.2 Oplossing

Wijzigingen in het rechtmatig verblijf die het gevolg zijn van het Migratiepact leiden tot nieuwe verblijfstitels:

Asielprocedure: Tijdens de asielprocedure mogen bepaalde groepen asielzoekers al deelnemen aan het arbeidsproces. Zij moeten daarvoor wel een tewerkstellingsvergunning aanvragen bij het UWV. Gedurende de behandeling van de asielaanvraag kan blijken dat de asielzoeker niet meer of juist alsnog tot deze groep behoort. Het UWV heeft dus informatie nodig om een tewerkstellingsvergunning te verlenen of eventueel in te trekken. Om die reden worden er 4 nieuwe verblijfstitels geïntroduceerd (let op: de omschrijvingen zijn nog niet definitief):

39.11 Verblijfstitel 39.12 Omschrijving 99.98 Datum ingang
50 Verordening (EU) 2024/1348, art 26, asielwens, in procedure asiel  
51 Verordening (EU) 2024/1348, art 35 lid 4, in niet versnelde procedure asiel  
52 Verordening (EU) 2024/1348, art 42.1, a t/m f, in versnelde procedure asiel  
53 Verordening (EU) 2024/1348, art 42.1, g t/m j, in versnelde procedure asiel  

Naar verwachting zal dit voor de meeste afnemers van de verblijfstiteltabel (anders dan UWV) geen impact hebben op de interne processen. De rechtmatigheid komt overeen met de huidige verblijfstitel 32: Vw 2000 art. 8, onder f en h, in procedure voor vergunning art. 28 Vw 2000.

Asielvergunning: Bij het verlenen van een vergunning naar aanleiding van een aanvraag om asiel wordt met het Pact onderscheid gemaakt tussen vluchtelingen die persoonlijk te vrezen hebben voor vervolging en zij die bijvoorbeeld gevlucht zijn voor burgeroorlog. De eerste groep krijgt de status van verdragsvluchteling met alle daarbij horende rechten, de laatste krijgt een vergunning als subsidiair beschermde. Het onderscheid is vooral van belang voor vervolgprocedures in de Migratieketen (denk aan aanvullende eisen aan nareizende familieleden), maar het heeft ook invloed op de rechten op reisdocumenten en dus op gemeenten (burgerzaken). Alleen de verdragsvluchtelingen hebben recht op een reisdocument voor vluchtelingen. Subsidiair beschermden, en de meereizende en nareizende familieleden van beide groepen, kunnen maximaal aanspraak maken op een reisdocument voor vreemdelingen. Om dit onderscheid aan te geven worden 3 nieuwe verblijfstitels geïntroduceerd (let op: de omschrijvingen zijn nog niet definitief):

39.11 Verblijfstitel 39.12 Omschrijving 99.98 Datum ingang
54 Vw 2000 na EU-Pact, art 29, lid 1, asiel vluchteling  
55 Vw 2000 na EU-Pact, art 29a, lid 1, asiel subsidiair beschermde  
56 Vw 2000 na EU-Pact, art 29b, 29c, 29d, asiel gezinslid internationaal beschermde  

Voor de verdere rechten op voorzieningen zijn deze titels gelijk aan verblijfstitel 26: Vw 2000 art. 8, onder c, vergunning asiel bepaalde tijd, arbeid vrij.

NB: De asielzoekers die voor 12 juni 2026 in procedure zaten houden de oude titels. Na een inwilligend besluit krijgen zij wel één van de nieuwe verblijfstitels.

2.3 Openstaande punten

Er zijn na de inwerkingtreding van deze wijziging geen openstaande punten.

3 Invoering

De toevoeging van de nieuwe tabelregels wordt bij voorkeur doorgevoerd op 1 april 2026.

4 Gevolgen

4.1 Documentatie

Deze wijziging hoeft alleen doorgevoerd te worden in Tabel 56.

4.2 Gemeenten

Gemeenten moeten de nieuwe tabelregels kunnen verwerken in hun burgerzakensysteem en in de reisdocumentenmodule. Bovendien moeten zij op basis van de nieuwe titels 54 t/m 56 in staat zijn te bepalen op welke soort Nederlands reisdocument iemand recht heeft.

4.3 Afnemers

Afnemers moeten de nieuwe code en omschrijving kunnen verwerken in hun systemen. Het UWV moet op basis van de nieuwe titels 50 t/m 53 kunnen bepalen of iemand recht heeft op een tewerkstellingsvergunning.

4.4 IND

De IND moet de nieuwe titels kunnen toekennen aan personen en in Og11-berichten de gemeente van inschrijving of de RNI hierover kunnen informeren.

4.5 Caribische landen en Caribisch Nederland

Geen gevolgen.

4.6 RvIG-systemen

De systemen van RvIG moeten de nieuwe code en omschrijving kunnen verwerken: RNI en BRP-V. De Tabellen Applicatie moet de nieuwe verblijfstitels kunnen registreren en distribueren.

Delen

Naslagwerk

WALAA Korte handleiding

Contact

088 900 1000
Maandag - Vrijdag 09.00 - 12.00 uur; 13.00 - 16.00 uur

WALAA Korte handleiding

Deze handleiding gaat over de Webapplicatie LAA (hierna: WALAA) en is voor medewerkers van gemeenten die LAA-signalen afhandelen.

Heb je na het lezen van deze handleiding nog vragen of suggesties, neem dan contact op met info@rvig.nl, de accountmanager of de LAA-ambassadeur.

NB. In deze handleiding wordt gebruikgemaakt van testgegevens.

Reactietermijn LAA-signalen

LAA-signalen worden, indien beschikbaar, iedere maand geleverd.

  • Binnen 4 weken geef je in de vragenlijst aan of het signaal 1) heeft geleid tot een wijziging in de BRP, of 2) er een onderzoek is gestart en de indicatie onderzoek op de PL is geplaatst.
  • Rond het onderzoek binnen 6 maanden na ontvangst van het signaal af en vermeld de conclusie in de WALAA.
  • LAA-signalen worden 6 maanden na leveringsdatum ingetrokken. Ingetrokken signalen verdwijnen uit het casusoverzicht en zijn daarna nog 6 maanden zichtbaar in de ‘Monitor’.
    Werken met de WALAA
  • Iedere medewerker die met de WALAA werkt heeft een eHerkenning niveau 3 nodig.
    Klik hier voor meer informatie over inloggen in de WALAA en het aanvragen van een eHerkenning.
Image
logo eherkenning
  • Tijdens het huisbezoek kun je de WALAA gebruiken op een tablet of laptop. Hiervoor heb je internetverbinding nodig.
  • Vanuit beveiligingsoogpunt word je na 15 minuten inactiviteit automatisch uitgelogd.
  • Maak gebruik van de navigatiemogelijkheden in de WALAA zelf.
  • Het gebruik van de pijltjes van de webbrowser resulteert in verlies van gegevens.
  • De WALAA is niet gekoppeld aan de BRP. Voer eventuele mutaties apart door in de BRP.
  • Heb je een signaal definitief opgeslagen en wil je nog iets aanpassen? Neem dan contact op met RvIG via info@rvig.nl. Geef hierbij geen adres- of persoonsgegevens door, maar gebruik hiervoor altijd de adrescode van een signaal. Je vindt deze code in de Monitor van de WALAA.

Testomgeving WALAA

Je kunt de applicatie testen in een testomgeving.

De testomgeving werkt hetzelfde als de live-omgeving, maar gebruikt geen echte signalen en BRP-gegevens. In deze omgeving kun je oefenen met testsignalen. Klik in het casusoverzicht op de testsignalen en doorloop ze. Zo krijg je een goede indruk van hoe de applicatie werkt en wat je met het invullen van de vragenlijst in de verschillende fasen allemaal tegen kunt komen.

Casusoverzicht

Na het inloggen kom je in het casusoverzicht. Hier vind je alle openstaande signalen. Dit is je actuele werkvoorraad.

Image
gemiddeld

Signaal oppakken in het casusoverzicht

Klik in het casusoverzicht op een adres om een signaal open te klappen en in behandeling te nemen.
klik op de Fase-knop om het vooronderzoek, het huisbezoek of afronding te starten. De fase waarin het onderzoek zich bevindt is aangegeven met een blauwe kleur.

Image
casusoverzicht 2

Vooronderzoek

Beantwoord alle (verplichte) vragen van het vooronderzoek en sla het vooronderzoek op via de Opslaan-knop. 

Image
gemid

Huisbezoek

De fase Huisbezoek is slechts te doorlopen als je in het vooronderzoek hebt aangegeven dat er een huisbezoek nodig is en de fase Vooronderzoek ‘definitief’ is gemaakt. 

Image
huisbezoek

Afronding

De fase Afronding verschijnt alleen als er een huisbezoek is geweest en de fase Huisbezoek ‘definitief’ is gemaakt.
Let op! Rond deze fase af uiterlijk binnen 6 maanden na leveringsdatum van een signaal. Hierna is het signaal afgehandeld.
Het signaal verdwijnt hierna uit het casusoverzicht en gaat naar de Monitor.

Image
afronding

Monitor

In de Monitor vind je een totaaloverzicht van alle ontvangen LAA-signalen over de afgelopen periode, dus ook de afgehandelde en ingetrokken signalen. Je kan onder meer terugkijken voor welk adres een signaal was geleverd, wat je ermee hebt gedaan en op welke wijze het signaal is afgesloten. Je kunt hier de afzonderlijke signalen inzien en de ingevulde vragenlijsten downloaden om je dossier compleet te maken.
Alle signalen blijven 1 jaar na leveringsdatum zichtbaar in de Monitor; daarna worden zij verwijderd.

Image
monitor

Delen

Naslagwerk

LO-451 Oplegnotitie Aanpassen tabel 33 Gemeententabel

LO-451 Oplegnotitie Aanpassen tabel 33 Gemeententabel

1 Probleemstelling

1.1 Omschrijving

In tabel 33 Gemeententabel komt het voor dat twee gemeenten de zelfde naam hebben. In dat geval worden ze onderscheiden door achter de naam een afkorting voor de provincie op te nemen, of een andere nadere aanduiding, waardoor duidelijk is welke gemeente er bedoeld wordt. Deze afkorting van de provincienaam kan bestaan uit één, twee of drie letters. Voor de aanduiding van de provincie gaat de tabel aansluiten bij ISO 3166-2, waarin internationaal erkende codes staan voor delen van landen, en dus ook voor de Nederlandse provincies. Die codes bestaan altijd uit twee letters. Als een nog bestaande gemeente de zelfde naam heeft als een al niet meer bestaande gemeente, wordt de afkorting van de provincienaam alleen toegevoegd in de naam van de niet meer bestaande gemeente.

1.2 Herkomst

Deze wijziging komt voort uit een verzoek van het CBS en het KOOP (Kennis- en Exploitatiecentrum Officiële Overheidspublicaties) om in publicaties van CBS, KOOP en RvIG de zelfde namen van gemeenten te hanteren en daarbij aan te sluiten bij een bestaande standaard.

1.3 Raakvlakken

Er zijn geen raakvlakken met andere LO-wijzigingen.

2 Oplossing

2.1 Huidige situatie

Afkortingen van provincienamen in de namen van gemeenten kunnen nu bestaan uit één, twee of drie letters (L, ZH, Gld). In de nog bestaande gemeente Hengelo (O) is die afkorting helemaal niet nodig, want er is geen tweede bestaande gemeente met de naam Hengelo. Verder zijn er een aantal niet meer bestaande gemeenten waar een andere aanduiding gebruikt wordt om onderscheid te maken tussen twee gemeenten met de zelfde naam, bijvoorbeeld "Achttienhoven" en "Achttienhoven (bij Nieuwkoop)", terwijl die aanduiding prima kan worden vervangen door een aanduiding van de provincie.

2.2 Oplossing

Voor afkortingen van provincienamen wordt ISO 3166-2 gehanteerd: een internationale standaard met namen en afkortingen van delen van landen. Daar staan voor de Nederlandse provincies tweeletterige afkortingen in. Er wordt vastgehouden aan het bestaande gebruik om alleen aanduidingen voor provincies toe te voegen als dat echt nodig is, dus als er twee bestaande gemeenten zijn met de zelfde naam. Als een gemeente nog bestaat en er staat een niet meer bestaande gemeente in de tabel met de zelfde naam, dan krijgt alleen die niet meer bestaande gemeente een provincieafkorting. Dit leidt tot de volgende aanpassingen in tabel 33:

92.10 Gemeentecode

92.11 Gemeentenaam

Nieuwe naam

0089

Sloten (F)

Sloten (FR)

0164

Hengelo (O)

Hengelo

0248

Hengelo (Gld)

Hengelo (GE)

0259

Laren (Gld)

Laren (GE)

0893

Bergen (L)

Bergen (LI)

1005

Achttienhoven

Achttienhoven (UT)

1202

Tienhoven (U)

Tienhoven (UT)

1240

Zuidbroek

Zuidbroek (GR)

1252

Valkenburg (L)

Valkenburg (LI)

1303

Achttienhoven (bij Nieuwkoop)

Achttienhoven (ZH)

Het is belangrijk om op te merken dat de wijziging in de namen van gemeenten in tabel 33 geen gevolgen hebben voor de geldigheid van reisdocumenten, waarin die namen zijn gebruikt bij de geboorteplaats of de autoriteit van afgifte.

2.3 Openstaande punten

Er zijn na de inwerkingtreding van deze wijziging geen openstaande punten.

3 Invoering

Op persoonslijsten komen alleen gemeentecodes voor, dus er is geen impact op bijhouders en afnemers. Niettemin zijn er mogelijk wel consequenties voor schermen en documenten waarin die codes worden vervangen door namen uit de tabel. Als die impact beperkt of nihil is, kan invoering al snel, op 1 januari 2026. Als er wel impact is op leveranciers, kan invoering ook later plaatsvinden, maar uiterlijk 1 januari 2027.

4 Gevolgen

4.1 Documentatie

Deze wijziging hoeft alleen doorgevoerd te worden in Tabel 33.

4.2 Gemeenten

Gemeenten moeten er rekening mee houden dat de aangepaste namen kunnen worden getoond op schermen, uittreksels uit de BRP, op aangevraagde reisdocumenten en dergelijke.

4.3 Afnemers

Afnemers moeten er rekening mee houden dat de aangepaste namen kunnen worden getoond op schermen en in documenten.

4.4 IND

Geen gevolgen.

4.5 Caribische landen en Caribisch Nederland

Geen gevolgen.

4.6 RvIG-systemen

RvIG moet de nieuwe namen invoeren in de Tabellen Applicatie. De RNI moet er rekening mee houden dat aangepaste namen kunnen worden getoond op schermen en in documenten.

Delen

Naslagwerk

Oude werkwijze C3-formulier

Contact

088 900 1000
Maandag - Vrijdag 09.00 - 12.00 uur; 13.00 - 16.00 uur

Oude werkwijze C3-formulier

Het C3 formulier wordt gebruikt als kennisgeving bij het uitreiking, onttrekking aan het verkeer of vermissing van een reisdocument of Nederlandse identiteitskaart. Heb je informatie of gegevens nodig met betrekking tot een RAAS-uitdraai van reisdocumenten verstrekt in het buitenland? Stuur dan een e-mail naar HDCV-CSO-RD-RAAS@minbuza.nl

Gebruik

Autoriteit die het document uitreikt, onttrekt of kennis draagt van de vermissing

Bestemd voor

Gemeente of openbaar lichaam waar de aanvraag is gedaan en de houder ingezetene is
Rijksdienst voor Identiteitsgegevens, RNI voor personen die zijn geëmigreerd (voor documentindicatie)
Minister van Buitenlandse Zaken
Burgemeester van aangewezen gemeente
Autoriteit Caribische landen

Let op

Reden en formulier niet verwarren met  C7 (melding vermissing of van rechtswege vervallen)

Regelgeving

PUN art 51, lid 4art 71art 75, lid 1
PUB art 80art 81
PUC art 62 – art 77, lid 6art 71, lid 1
PUK art 33

Algemene aandachtspunten

  • Maak gebruik van de formulieren uit RAAS of de interactieve PDF’s. C3 formulieren dubbelzijdig afdrukken en per post verzenden.
  • Geen kopieën of originele paspoorten bij de formulieren voegen.
  • Voor ieder document een apart formulier invullen (inhouding/vermissing en uitreiking kan op één formulier vermeld worden).
  • Als een BSN in het reisdocument is opgenomen dit overnemen op het formulier. C3 formulieren van personen die niet in de BRP staan en waar op het formulier geen BSN of A-nummer is opgenomen worden door de RNI retour gezonden.

Ingeschreven in de BRP (RNI)

Kennisgevingen Voor wie Toelichting
Inhouding document RNI (RvIG) C3 naar RNI voor documentindicatie.
Vermissing document RNI (RvIG)

C3 naar RNI voor documentindicatie.

LET OP! Naast C3 moet ook een C7 gestuurd worden voor opname van het document in het BR.

Uitreiking document RNI (RvIG)

Afgifte datum document na datum opschorting: C3 naar RNI voor documentindicatie.
Afgifte datum document voor datum opschorting: Wijzigingsverzoek BRP/RNI via kwaliteitsmonitor naar RvIG

Niet ingeschreven in de BRP

Kennisgevingen Voor wie Toelichting
Inhouding document

Opsturen naar de uitgevende instantie waar het document is verstrekt:
Grensgemeente, ministerie van Buitenlandse Zaken, Openbare lichamen of de autoriteiten van Aruba, Curaçao of Sint Maarten 

Persoon heeft geen PL dus geen documentindicatie. C3 wordt ter kennisgeving naar de betreffende instantie gestuurd.
Vermissing document

Opsturen naar de uitgevende instantie waar het document is verstrekt:
Grensgemeente, ministerie van Buitenlandse Zaken, Openbare lichamen of de autoriteiten van Aruba, Curaçao of Sint Maarten

Persoon heeft geen PL dus geen documentindicatie. C3 wordt ter kennisgeving naar de betreffende instantie gestuurd.

LET OP! Naast een C3 moet ook een C7 gestuurd worden voor opname van het document in het BR.

Uitreiking document Geen kennisgeving  

Download het formulier

Niet alle formulieren kun je direct vanuit je browser openen. Vooral Microsoft Edge geeft dit probleem. Dit heeft te maken met de instellingen binnen je eigen organisatie. Je hoeft hier dus geen contact met RvIG voor op te nemen. Sla het formulier eerst op op je pc en open het daarna. Of probeer het met een andere browser.

Delen

Abonneer op Instructies
Scroll naar boven