Overslaan en naar de inhoud gaan
Handleiding Uitvoeringsprocedures HUP

Verblijfplaats

Verblijfplaats

In dit onderdeel zijn een aantal algemene toelichtingen bij de migratieprocedures opgenomen. Specifieke aandachtspunten vind je terug in de beschrijving van de verschillende procedures zelf.

Soorten aangiften

De Wet BRP kent drie verschillende aangiften:
1.    de aangifte van verblijf en adres (artikel 2.38);
2.    de aangifte van adreswijziging (artikel 2.39);
3.    de aangifte van vertrek uit Nederland (artikel 2.43).

Zowel bij de aangifte van verblijf en adres als bij de aangifte van adreswijziging kan een briefadres worden gekozen. Zie Briefadres registreren. Indien er ten onrechte geen aangifte wordt gedaan, moet het college van burgemeester en wethouders ambtshalve een adreswijziging of aangifte van verblijf en adres doorvoeren. Zie Ambtshalve handelen.

Koppeling BAG-BRP

Vanaf 1 januari 2024 is er een verplichte koppeling tussen het actuele woon- of briefadres in de Basisregistratie Personen (BRP) en het adres in de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG). Dat betekent dat bij ieder actueel adres in de BRP ook de BAG-gegevens gevuld moeten zijn.

De identificatiecode nummeraanduiding (08.11.90) moet verwijzen naar het hoofdadres (08.11.80) in de BAG. Alleen als het gaat om een briefadres en de briefadresgever is de gemeente of een organisatie dan mag de identificatiecode nummeraanduiding ook verwijzen naar een nevenadres in de BAG. Dit nevenadres heeft in de BAG een ander gebruikersdoel dan “Woonfunctie”. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als een nevenadres van het gemeentehuis gebruikt wordt als briefadres voor sommige inwoners zonder woonadres.

Op dit nevenadres moet het mogelijk zijn om post voor deze inwoners te bezorgen. Voor meer informatie zie Koppeling BAG-GBA-BRP.

Soort adres

Het begrip “het adres” wordt in artikel 1.1 van de Wet BRP  omschreven. Er wordt onderscheid gemaakt tussen een woonadres en een briefadres. Beide kunnen in de BRP geregistreerd worden. Hieronder een toelichting op beide adressoorten, waarna wij dieper in gaan op het briefadres.

  • Woonadres

Het adres waar betrokkene woont, dat kan een woning zijn maar ook een vaste stand- of ligplaats. Woont betrokkene wisselend op méér dan één adres dan is dit het adres waar hij naar redelijke verwachting gedurende een half jaar de meeste malen zal overnachten. Ontbreekt een dergelijk adres dan wordt gekeken naar het adres waar betrokkene naar redelijke verwachting gedurende drie maanden ten minste twee derde van de tijd zal overnachten.

  • Briefadres

Als iemand niet over een woonadres beschikt maar hij moet wel ingeschreven worden in de BRP (voldoet aan de inschrijfcriteria) dan moet een briefadres geregistreerd worden. Dat kan ook als sprake is van een verblijf in een aangewezen instelling (artikel 2.40 van de Wet BRP ). Dit zijn veelal door de Minister aangewezen instellingen voor gezondheidszorg of kinderbescherming en penitentiaire instellingen. Daarnaast kan het college van Burgemeester en Wethouders ook een instelling, waarin beschermd wonen of opvang wordt geregeld, binnen de gemeente aanwijzen (artikel 1.1.1 van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning ). Ook als naar oordeel van de burgemeester het opnemen van een woonadres om veiligheidsredenen niet wenselijk is kan een briefadres worden geregistreerd (artikel 2.41 van de Wet BRP ).

Briefadres registreren

Een briefadres is het adres waar post voor iemand in ontvangst wordt genomen. Om dit te garanderen, moet er een briefadresgever zijn. Dat kan een ander natuurlijk persoon zijn of een rechtspersoon (artikel 2.43 van de Wet BRP). In het laatste geval moet het college deze rechtspersoon hebben aangewezen om als briefadresgever voor personen op te treden. In de circulaire ‘BRP en briefadres’ en het stappenplan ‘Inschrijving BRP op een briefadres’ wordt nader ingegaan op het registreren op een briefadres en worden handreikingen gegeven.

Briefadresgever
De briefadresgever moet schriftelijk instemmen en heeft de volgende verplichtingen (artikel 2.45 van de Wet BRP):

  • hij draagt zorg dat alle, voor de houder van het briefadres, bestemde geschriften of inlichtingen aan hem worden doorgegeven of medegedeeld;
  • hij verstrekt op verzoek van het college van burgemeester en wethouders, desgevraagd in persoon, inlichtingen over het briefadres en overlegt eventueel stukken die noodzakelijk zijn voor de bijhouding van de basisregistratie.

Briefadresnemer

  • Bij de aangifte van briefadres moet de reden voor het houden van briefadres worden medegedeeld, zodat het college kan beoordelen of de aangifte kan worden ingewilligd. 
  • Wanneer een woonadres ontbreekt en de persoon doet geen aangifte van een briefadres, wordt ambtshalve een briefadres opgenomen. Als er geen briefadresgever beschikbaar is moet als briefadres een adres van de gemeente worden opgenomen.

Verplichte of bevoegde aangever en verschijningsplicht

Een meerderjarige is verplicht om aangifte van verblijf en adres, van adreswijziging en vertrek uit Nederland te doen. Soms is hij ook verplicht (V) of bevoegd (B) om dat voor een ander te doen. Dit is geregeld in artikel 2.48 en artikel 2.49 van de Wet BRP en nader uitgewerkt in artikel 30 van het Besluit BRP. 

Indien duidelijk is of iemand verplicht is aangifte te doen voor zichzelf of bevoegd of verplicht is om dit voor een ander te doen, dan kan worden beoordeeld of iemand in persoon bij de gemeente moet verschijnen.

Hieronder een overzicht of een persoon verplicht (V) of bevoegd (B) is om aangifte te doen en op basis van welk wetsartikel:

Verplichte en bevoegde aangevers
Aangever Verblijf en adres (2.38 Wet BRP) Adreswijziging (2.39 Wet BRP) Vertrek uit Nederland
Ouders, voogden, verzorgers voor minderjarigen jonger dan 16 (2.48 a) V V V
Personen van 16 of 17 jaar die niet inwonend zijn (2.48 b) V V V
Personen van 16 of 17 jaar die inwonend zijn (2.48 b) B B B
Ouders, voogden en verzorgers voor inwonende minderjarigen van 16 jaar of ouder, tenzij de minderjarige zelf de verplichting vervult (2.48 b) V V V
Curatoren voor onder curatele gestelden (2.48 c) V V V
De ouder en zijn meerderjarige kind, indien beiden hetzelfde woonadres hebben, voor elkaar (2.49 1a) B (1) B (2) B (3)
Echtgenoten dan wel geregistreerde partners die hetzelfde woonadres hebben, voor elkaar (2.49 1b) B (1) B (2) B (3)
Elke meerderjarige voor een persoon die hem daartoe schriftelijk gemachtigd heeft (2.49 1c) B (1) B  
Het hoofd van een instelling voor gezondheidszorg voor een in die instelling verblijvende persoon die wegens de toestand van zijn gezondheid niet in staat kan worden geacht aan zijn verplichtingen te voldoen of een machtiging daartoe te geven, dan wel de echtgenoot, de geregistreerde partner of andere levensgezel of de bloed- of aanverwanten tot en met de tweede graad van een zodanig persoon, onder overlegging van een schriftelijke verklaring ter zake van het hoofd van de desbetreffende instelling (2.49 d) B (1) B B
Voetnoten tabel Verplichte en bevoegde aangevers

(1) Op grond van artikel 2.49, derde lid, van de Wet BRP en artikel 30, eerste lid, van het Besluit BRP alleen in de gevallen waarin de betrokkene zelf niet in staat kan worden geacht om in persoon te verschijnen vanwege:
a.    de toestand van zijn gezondheid, zo nodig onder overlegging van een schriftelijke verklaring ter zake van een behandelend arts, of
b.    verblijf in een penitentiaire instelling.
(2) Onder woonadres wordt het nieuwe woonadres verstaan (artikel 2.49, vijfde lid, van de Wet BRP)
(3) Alleen indien zij die verplichting ook voor zichzelf vervullen en alle andere ingezetenen met hetzelfde woonadres die verplichting vervullen, of die verplichting voor hen wordt vervuld (artikel 2.49, vierde lid, van de Wet BRP). Als betrokkene zelf niet in staat kan worden geacht om in persoon te verschijnen vanwege de toestand van zijn gezondheid, zo nodig onder overlegging van een schriftelijke verklaring ter zake van een behandelend arts, dan geldt de voorgaande bepaling niet (artikel 30, vierde lid, van het Besluit BRP).

In persoon verschijnen

Indien duidelijk is of iemand verplicht is aangifte te doen voor zichzelf of bevoegd of verplicht is om dit voor een ander te doen, dan kan worden beoordeeld of iemand in persoon bij de gemeente moet verschijnen. Hieronder is dat per type aangifte toegelicht;

Aangifte van verblijf en adres
Doet de persoon zelf aangifte, dan moet hij zich in persoon bij de gemeente melden (artikel 2.38, eerste lid, van de Wet BRP). Van die verplichting wordt afgeweken (artikel 2.49, derde lid, van de Wet BRP en artikel 30 van het Besluit BRP) in de gevallen waarin de betrokkene zelf niet in staat is om in persoon te verschijnen vanwege:

  • de toestand van zijn gezondheid, zo nodig onder overlegging van een schriftelijke verklaring ter zake van een behandelend arts, of
  • verblijf in een penitentiaire instelling.

In die gevallen is een ander bevoegd om aangifte te doen. In de gevallen dat een ander bevoegd is om aangifte te doen, is de vertegenwoordigde persoon niet verplicht zich in persoon te melden (artikel 30, tweede en derde lid van het Besluit BRP).

Is een ander verplicht aangifte te doen (artikel 2.48 van de Wet BRP), kan de ouder, voogd, verzorger of curator toch door het college van burgemeester en wethouders worden verplicht om de minderjarige of de onder curatele gestelde in persoon te laten verschijnen met het oog op de vaststelling van de identiteit (artikel 2.52, tweede lid, van de Wet BRP).

Aangifte van adreswijziging
Doet de persoon zelf aangifte, dan hoeft hij in principe niet in persoon te verschijnen. Het college van burgemeester en wethouders kan hem daartoe echter toch verplichten (artikel 2.45, eerste lid, van de Wet BRP).

In de gevallen dat een ander bevoegd is om aangifte te doen, dan hoeft in principe de aangever noch de persoon die vertegenwoordigd wordt in persoon te verschijnen. Het college kan de vertegenwoordigde persoon toch verplichten om in persoon te verschijnen (artikel 2.49, tweede lid, van de Wet BRP). 

Is een ander verplicht aangifte te doen (artikel 2.48 van de Wet BRP), kan de ouder, voogd, verzorger of curator toch door het college worden verplicht om de minderjarige of de onder curatele gestelde in persoon te laten verschijnen met het oog op de vaststelling van de identiteit (artikel 2.52, tweede lid, Wet BRP).

Aangifte van vertrek
Doet de persoon zelf aangifte, dan moet hij in persoon verschijnen wanneer niet alle familieleden (echtgenoot/echtgenote/geregistreerd partner/levensgezel/bloed- of aanverwant tot en met de tweede graad) die op hetzelfde adres ingeschreven zijn met een woonadres, aangifte van vertrek doen. Dit moet ook wanneer de aangifte wordt gedaan voor een minderjarige of onder curatele gestelde die op hetzelfde adres woont (artikel 2.43, derde lid, van de Wet BRP). 

Met andere woorden, blijft een familielid met hetzelfde woonadres geregistreerd staan dan moet de aangever in persoon verschijnen. Zijn er nog meer familieleden die vertrekken, moeten diegenen die vertrekken in persoon verschijnen als er iemand op het adres achterblijft. Daarnaast kan het college van burgemeester en wethouders ook in andere gevallen de aangever verplichten om in persoon te verschijnen (artikel 2.45, eerste lid, van de Wet BRP).

Indien na vertrek, vanuit het buitenland, alsnog door betrokkene mededeling van vertrek wordt gedaan (bijvoorbeeld digitaal), kan de inhoud van die mededeling bij een lopend onderzoek worden betrokken of aanleiding zijn om een onderzoek te starten. Deze mededeling is echter niet te beschouwen als een aangifte van vertrek als bedoeld in de wet, omdat de persoon in kwestie niet in persoon is verschenen. De opneming van het vertrek gebeurt in deze gevallen dus ambtshalve.

In de gevallen dat een ander bevoegd is om aangifte te doen, dan hoeft de persoon die vertegenwoordigd wordt niet in persoon te verschijnen als:

  • de aangever ook voor zichzelf aangifte doet, 
  • alle ingezetenen met hetzelfde woonadres aangifte van vertrek doen of aangifte van vertrek voor hen wordt gedaan en
  • het college de vertegenwoordigde persoon niet oproept (artikel 2.49, tweede lid, van de Wet BRP).

Blijft er iemand met hetzelfde woonadres geregistreerd staan, dan moeten alle vertrekkende personen in persoon verschijnen. De vertegenwoordigde persoon is niet verplicht in persoon te verschijnen indien hij daartoe niet in staat is vanwege de toestand van zijn gezondheid. Zo nodig overlegt hij een schriftelijke verklaring ter zake van een behandelend arts (artikel 30, vierde lid, van het Besluit BRP ).

Is een ander verplicht aangifte te doen (artikel 2.48 van de Wet BRP), kan de ouder, voogd, verzorger of curator toch door het college worden verplicht om de minderjarige of de onder curatele gestelde in persoon te laten verschijnen met het oog op de vaststelling van de identiteit (artikel 2.52, tweede lid, van de Wet BRP). Een minderjarige verschijnt sowieso in persoon, tenzij alle ingezetenen met hetzelfde woonadres aangifte van vertrek doen of aangifte van vertrek voor hen wordt gedaan (artikel 2.43 vierde lid, van de Wet BRP).

Aangiften
Aangifte van Persoon doet zelf aangifte Ander is bevoegd om aangifte te doen Ander is verplicht aangifte te doen
Verblijf en adres Hij moet zich in persoon bij de gemeente melden (artikel 2.38, eerste lid, van de Wet BRP). Van die verplichting wordt afgeweken (artikel 2.49, derde lid, van de Wet BRP en artikel 30 van het Besluit BRP) in de gevallen waarin de betrokkene zelf niet in staat is om in persoon te verschijnen vanwege de toestand van zijn gezondheid, zo nodig onder overlegging van een schriftelijke verklaring ter zake van een behandelend arts, of verblijf in een penitentiaire instelling. In die gevallen is een ander bevoegd om aangifte te doen.  De vertegenwoordigde persoon is niet verplicht zich in persoon te melden (artikel 30, tweede en derde lid, van het Besluit BRP). De ouder, voogd, verzorger of curator kan door het college worden verplicht om de minderjarige of de onder curatele gestelde in persoon te laten verschijnen met het oog op de vaststelling van de identiteit (artikel 2.52, tweede lid, van de Wet BRP).
Adreswijziging Hij hoeft in principe niet in persoon te verschijnen. Het college kan hem dat echter wel verplichten (artikel 2.45, eerste lid, van de Wet BRP). De vertegenwoordigde persoon is niet verplicht in persoon te verschijnen. Het college kan de vertegenwoordigde persoon daartoe echter verplichten (artikel 2.49, tweede lid, van de Wet BRP). De ouder, voogd, verzorger of curator kan door het college worden verplicht om de minderjarige of de onder curatele gestelde in persoon te laten verschijnen met het oog op de vaststelling van de identiteit (artikel 2.52, tweede lid, van de Wet BRP).
Vertrek Hij moet in persoon verschijnen indien niet alle familieleden (echtgenoot/echtgenote/geregistreerd partner/levensgezel/bloed- of aanverwant tot en met de tweede graad) met hetzelfde woonadres aangifte van vertrek doen, of niet voor alle familieleden (echtgenoot/echtgenote/geregistreerd partner/levensgezel/bloed- of aanverwant tot en met de tweede graad) met hetzelfde woonadres de aangifte wordt vervuld (artikel 2.43, derde lid, van de Wet BRP). Met andere woorden, blijft een familielid met hetzelfde woonadres geregistreerd staan dan moet de aangever in persoon verschijnen. Daarnaast kan het college de aangever verplichten om in persoon te verschijnen (artikel 2.45, eerste lid, van de Wet BRP). Indien de aangever ook voor zichzelf aangifte doet en alle familieleden (echtgenoot/echtgenote/geregistreerd partner/levensgezel/bloed- of aanverwant tot en met de tweede graad) met hetzelfde woonadres aangifte van vertrek doen of aangifte van vertrek voor hen wordt gedaan, dan is in principe niemand verplicht om in persoon te verschijnen (artikel 2.49, vierde lid, van de Wet BRP), tenzij het college de vertegenwoordigde persoon oproept (artikel 2.49, tweede lid). Blijft een familielid met hetzelfde woonadres geregistreerd staan, dan moeten alle vertrekkende personen in persoon verschijnen. De vertegenwoordigde persoon is niet verplicht in persoon te verschijnen indien hij daartoe niet in staat is vanwege de toestand van zijn gezondheid. Zo nodig overlegt hij een schriftelijke verklaring ter zake van een behandelend arts (artikel 30, vierde lid, van het Besluit BRP). De ouder, voogd, verzorger of curator kan door het college worden verplicht om de minderjarige of de onder curatele gestelde in persoon te laten verschijnen met het oog op de vaststelling van de identiteit (artikel 2.52, tweede lid, van de Wet BRP). Een minderjarige verschijnt sowieso in persoon, tenzij alle familieleden met hetzelfde woonadres aangifte van vertrek doen of aangifte van vertrek voor hen wordt gedaan (artikel 2.43, vierde lid, van de Wet BRP).

Informatieplicht

De actualiteit en de volledigheid van de gegevens is voor een belangrijk deel afhankelijk van de medewerking van de persoon. De persoon heeft niet alleen de verplichting om in bepaalde situaties aangifte te doen, maar ook de verplichting om inlichtingen te verstrekken, geschriften te overleggen, buitenlandse documenten in het Nederlands te laten vertalen door een beëdigde vertaler en in persoon te verschijnen.

  • In verband met zijn aangifte is de aangever verplicht op verzoek van het college van burgemeester en wethouders (desgevraagd in persoon) inlichtingen te verstrekken en geschriften te overleggen die verband houden met de aangifte (artikel 2.45, eerste lid, van de Wet BRP). Dit artikel biedt het college de mogelijkheid om bijvoorbeeld een kopie van de huurovereenkomst te vragen ter voorkoming van spookbewoning.
  • De ingezetene is verplicht om uit eigen beweging (artikel 2.44 van de Wet BRP) en op verzoek van het college (artikel 2.45 van de Wet BRP) het college te informeren over feiten betreffende zijn burgerlijke staat en nationaliteit die zich in het buitenland hebben voorgedaan. Hij verstrekt aan het college (desgevraagd in persoon) de inlichtingen en overlegt de geschriften die noodzakelijk zijn voor de bijhouding van zijn persoonsgegevens. Op verzoek van het college legt hij van een geschrift een door een beëdigde vertaler vervaardigde Nederlandse vertaling over. 
  • Degene van wie het college het redelijke vermoeden heeft dat hij in gebreke is met het doen van aangifte, is verplicht op verzoek van het college de inlichtingen te verstrekken en geschriften te overleggen die noodzakelijk zijn voor de bijhouding van zijn persoonsgegevens. Het college kan verlangen dat hij in persoon verschijnt. Het college stelt een termijn waarbinnen hij gevolg moet geven aan het verzoek (artikel 2.47 van de Wet BRP).

Soms moeten documenten gelegaliseerd of geverifieerd worden. Zie voor meer informatie Brondocumenten voor gegevens over de burgerlijke staat.

Omschrijving van de aangifte adreshouding

Een omschrijving van de persoon door wie de aangifte van verblijf en adres is gedaan. Mogelijke waarden:

A = ambtshalve, verzorger voor minderjarig kind of de bloed- of aanverwanten tot en met de tweede graad of een andere levensgezel dan de echtgenoot/geregistreerd partner van een in een instelling verblijvende persoon, onder overlegging van een schriftelijke verklaring ter zake van het hoofd van de desbetreffende instelling
G = gezaghouder (ouder, voogd of curator)
H = hoofd instelling (gezondheidszorg) (betrokkene is niet in staat aangifte te doen of iemand te machtigen)
I = ingeschrevene
K = meerderjarig inwonend kind voor ouder (met hetzelfde nieuwe woonadres)
M = meerderjarige gemachtigde
O = inwonende ouder voor meerderjarig kind (met hetzelfde nieuwe woonadres)
P = echtgenoot/geregistreerd partner (met hetzelfde nieuwe woonadres)

Procedure bij aangifte van verblijf en adres

Voordat je gevolg kan geven aan een aangifte van verblijf en adres, doorloop je eerst de volgende stappen:

  • Stap 1: Vaststellen van de identiteit;
  • Stap 2: Toetsen aan de criteria bij aangifte van verblijf en adres;
  • Stap 3: Toetsen aan de uitzonderingssituaties;
  • Stap 4: Verifiëren door middel van presentievraag;
  • Stap 5: Verifiëren van het adres;
  • Stap 6: Controleren signaleringslijst; 

Na de inschrijving doorloop je de volgende stappen:

  • Stap 7: Verstrekkingsbeperking en deelname Europese verkiezingen;
  • Stap 8: Informeren van aantal inschrijvingen op een woonadres.  


Stap 1: Vaststellen van de identiteit
Je moet de identiteit van de persoon deugdelijk vaststellen. Dit geldt voor alle personen, ongeacht de nationaliteit. De manier waarop de identiteit moet worden vastgesteld, is niet voorgeschreven. Het college van burgemeester en wethouders heeft dus een zekere vrijheid in de manier van vaststellen van de identiteit. Er moet zekerheid worden verkregen dat de persoon degene is voor wie hij zich uitgeeft.
Het aangewezen middel om op een deugdelijke manier de identiteit vast te stellen bij een eerste inschrijving, is een identiteitsdocument als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht. Als de burger al geregistreerd is in de BRP kan de identiteit ook op andere manieren worden vastgesteld. Zie ook: ID Protocol Handreikingen van de NVVB.

Kan van een burger de identiteit niet deugdelijk worden vastgesteld omdat hij niet beschikt over enig identiteitsdocument, dan verwijs je de vreemdeling naar de IND voor het vaststellen van de identiteit.

Wanneer van een persoon de identiteit niet deugdelijk kan worden vastgesteld, wordt hij niet ingeschreven in de BRP (artikel 2.4, derde lid, van de Wet BRP). De beslissing om geen gevolg te geven aan de aangifte, wordt op grond van artikel 2.60 van de Wet BRP gelijkgesteld aan een besluit op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dat betekent dat de Awb-bepalingen inzake de voorbereiding, motivering, bekendmaking en rechtsbescherming hierop van toepassing zijn.


Stap 2: Toetsen aan de criteria bij aangifte van verblijf en adres
Er zijn drie criteria waaraan je in deze stap toetst:

  • Verwachte verblijfsduur: Voor alle personen - ongeacht de nationaliteit - geldt dat de verwachte verblijfsduur tenminste 2/3 van een half jaar moet zijn (deze periode hoeft niet aaneengesloten te zijn). Personen die korter in Nederland gaan verblijven, komen niet voor inschrijving als ingezetene in aanmerking. Het toegestane verblijfsrecht is een indicatie voor de duur van het verblijf. Voor personen met de Nederlandse nationaliteit of EU-burgers kan je de verwachte duur van het verblijf alleen toetsen door het stellen van vragen. 
  • Rechtmatig verblijf: Vreemdelingen moeten rechtmatig in Nederland verblijven. Een vreemdeling die niet rechtmatig in Nederland verblijft, mag op grond van artikel 2.38, zesde lid, onder c, van de Wet BRP, geen aangifte doen. Een vreemdeling die in het bezit is van een geldige verblijfsvergunning, heeft rechtmatig verblijf. Dit geldt ook als hij een machtiging tot voorlopig verblijf (MVV) heeft die korter dan drie maanden geleden is afgegeven. Tot slot geldt dit ook voor een vreemdeling over wie een mededeling als bedoeld in artikel 24a, eerste lid, van het Besluit BRP wordt ontvangen van de IND.
  • Verhuisbericht PIVA: Voor personen komende vanuit het Caribisch deel van het Koninkrijk geldt een extra eis. Zij moeten een verhuisbericht overleggen, afgegeven door het hoofd van de afdeling Burgerzaken van het betreffende eiland. Als een persoon bij de aangifte geen verhuisbericht overlegt, moet je op één andere manier achterhalen of het vertrek van betrokkene is geregistreerd in de PIVA, ofwel dat die persoon nooit ingeschreven is geweest in de PIVA (artikel 2.5 van de Wet BRP ). Zie hiervoor procedures Hervestigingen uit het Caribisch deel van het Koninkrijk en Eerste inschrijving uit het Caribisch deel van het Koninkrijk.

Stap 3: Toetsen aan de uitzonderingssituaties
Je controleert of de persoon voor inschrijving in aanmerking komt of dat hij behoort tot een uitzondering en niet voor inschrijving in aanmerking komt. Categorieën van personen die niet als ingezetene worden ingeschreven zijn hieronder genoemd.

  • Geprivilegieerden (personen met een bijzondere verblijfsrechtelijke status), als zij nog niet in de RNI zijn ingeschreven op verzoek van de minister van Buitenlandse Zaken (met status PROBAS).
  • NAVO-militairen, burgerpersoneel van de NAVO, hun echtgenoten of geregistreerde partners en inwonende minderjarige kinderen. Niet tot deze groep behoren personen die: 
  1. de Nederlandse nationaliteit bezitten, 
  2. staatloos zijn, 
  3. geen onderdaan zijn van een staat die is aangesloten bij de Noordatlantische Verdragsorganisatie, of 
  4. al gedurende een jaar als ingezetene zijn ingeschreven (artikel 2.6 van de Wet BRP en artikel 21 van het Besluit BRP).
  • Vreemdelingen, die geen toelating hebben tot Nederland én verblijven in een opvangcentrum, gedurende de eerste zes maanden van verblijf in Nederland (artikel 2.6 Wet BRP en artikel 21, eerste lid, onder f, van het Besluit BRP). 
    Tot deze categorie behoren niet degenen van wie het verblijf in Nederland aanving door geboorte en van wie in Nederland een geboorteakte werd opgemaakt (artikel 21, vierde lid, van het Besluit BRP). Ook personen die nog niet zes maanden in Nederland verblijven, maar over wie de IND een mededeling als bedoeld in artikel 24a, eerste lid, van het Besluit BRP heeft gedaan, behoren niet tot deze categorie. Dit zijn vreemdelingen van wie de identiteit deugdelijk is vastgesteld, die rechtmatig in Nederland verblijven en van wie de verwachte verblijfsduur tenminste 2/3 van een half jaar zal zijn. Alleen medewerkers BRP van gemeenten die in een zogenaamde ‘BRP-straat’ samenwerken, wordt met deze mededeling van de IND geconfronteerd.
    Wat betreft vreemdelingen van wie het verblijf aanving door geboorte, geldt het volgende. Dit betreft kinderen van asielzoekers die in Nederland worden geboren, verblijven in een opvangcentrum bij hun ouder(s) en waarvan de ouder(s) niet voldoen aan de inschrijvingscriteria. Wanneer deze kinderen zelf wel voldoen aan de inschrijvingscriteria, worden zij ingeschreven op basis van aangifte van verblijf en adres door de ouder/verzorger of het ambtshalve besluit tot inschrijving, op het adres waar zij verblijven (adres opvangcentrum). De geboorteakte wordt daarbij als brondocument voor de gegevens over de burgerlijke staat gebruikt.

Stap 4: Verifiëren door middel van presentievraag
Je moet controleren of:

  • de persoon al is ingeschreven in de BRP, of:
  • er door een andere gemeente of de RNI al een inschrijvingsprocedure gestart is.

Hiervoor stel je met behulp van de webservice een presentievraag aan de Beheervoorziening BSN (BV BSN). De presentievraag is ter voorkoming van het dubbel inschrijven van een persoon. Om zekerheid te krijgen of een persoon niet in de BRP ingeschreven is, kan je meerdere presentievragen stellen. Het is ook mogelijk dat er redenen zijn die doen vermoeden dat een persoon al is ingeschreven, ook al geeft het resultaat van de zoekvraag dat niet aan. Dat kan bijvoorbeeld zijn wanneer de persoon:

  • in Nederland is geboren;
  • zelf aangeeft in Nederland te hebben gewoond;
  • een naam heeft die uit meerdere delen bestaat;
  • een geslachtsnaamswijziging (bijvoorbeeld in verband met het aangaan van een huwelijk) heeft ondergaan.

In dat geval stel je één of meer aanvullende presentievragen of – als er twijfel bestaat over de geslachtsnaam – stel je een presentievraag met andere gegevens dan de geslachtsnaam, bijvoorbeeld geboortedatum, geslacht en voornaam.

Let op! Als er langer dan een dag zit tussen het stellen van de presentievraag en het aanleggen van de persoonslijst, dan stel je bij het aanleggen van de persoonslijst nogmaals de presentievraag.

Er zijn vier typen presentievragen. Bij elk type vraag vul je verschillende gegevens in. Naast de verplicht op te nemen gegevens kent elk vraagtype ook gegevens die aanvullend opgenomen mogen worden. Zie daarvoor de Handreiking BSN voor Burgerzaken en RNI.  In het overzicht hieronder is aangegeven welke gegevens bij welk type presentievraag worden opgenomen.

Presentievraag Verplicht op te nemen gegevens
Type 1 geslachtsnaam (rubriek 01.02.40), geboortedatum (rubriek 01.03.10) en geslachtsaanduiding (rubriek 01.04.10).
Type 2 geslachtsnaam (rubriek 01.02.40), geboortedatum (rubriek 01.03.10), geslachtsaanduiding (rubriek 01.04.10) gecombineerd met een buitenlandse nationaliteit (rubriek 04.05.10) en het EU-persoonsnummer (rubriek 04.73.10) van het land dat bij de betrokken nationaliteit hoort.
Type 3 een buitenlandse nationaliteit (rubriek 04.05.10) en het EU-persoonsnummer (rubriek 04.73.10) van het land dat bij de betrokken nationaliteit hoort.
Type 4 geboortedatum (rubriek 01.03.10).

Toelichting vraagtype 1
Dit vraagtype 1 gebruik je als er geen buitenlands persoonsnummer op het identiteitsdocument van de EU- burger staat. Let op! Zoek bij een namenreeks of bij een geslachtsnaam met meerdere namen op alle namen apart. Zoek ook bij gehuwde personen zowel op de eigen naam als de huwelijksnaam.

Toelichting vraagtype 2
Bij vraagtype 2 houd je rekening met het volgende. De BV BSN doorzoekt het bestand zowel op basis van de combinatie: 

Geslachtsnaam, geboortedatum, geslacht en EU-persoonsnummer + bijbehorende nationaliteit. Hiermee stel je in feite twee vragen in één:

- zoeken op persoonsgegevens en

- zoeken op EU-persoonsnummer

In het antwoord krijgt je zowel de treffers op de persoonsgegevens als op het EU-persoonsnummer. Dit vraagtype kun je gebruiken bij een (her)inschrijving van een persoon met een EU- persoonsnummer op het identiteitsdocument uit de EU.  Als er meer dan 10 resultaten zijn, volgt de foutmelding met foutcode 12003. Voeg dan extra gegevens aan de vraag toe, zoals voornaam of geboorteplaats.

Toelichting vraagtype 3
Bij vraagtype 3 zoek je op EU-persoonsnummer en bijbehorende nationaliteit.

Let op de combinatie van het EU-persoonsnummer en de nationaliteit. Een persoonsnummer is binnen de EU alleen uniek in combinatie met de nationaliteit van het land dat het nummer uitgegeven heeft.

Toelichting vraagtype 4
Bij vraagtype 4 zoek je op alle gewenste gegevens, met uitzondering van de Geslachtsnaam; de Geboortedatum is verplicht. Begin bijvoorbeeld bij Voornamen en Geboortedatum. Wanneer je teveel treffers krijgt, voeg dan afhankelijk van de situatie meer gegevens toe. Deze optie kan je gebruiken als je vermoedt dat iemand al onder een andere naam ingeschreven staat, maar je de oorspronkelijke naam niet weet.

Type presentievragen per situatie
Hieronder een overzicht welk type presentievra(a)g(en) in een aantal situaties gesteld kan/kunnen worden. Het overzicht is niet uitputtend. Er zijn meerdere andere situaties mogelijk. In dat geval bepaal je zelf aan de hand van het overzicht welke presentievra(a)g(en) het beste gesteld kan/kunnen worden.

Situatie Type vraag
Inschrijving persoon met Nederlandse nationaliteit 1, 4
Inschrijving persoon met een niet EU nationaliteit 1, 4
Inschrijving persoon met slechts één EU nationaliteit, zonder EU-persoonsnummer in reisdocument van de betrokken EU-staat 1, 4
Inschrijving persoon met slechts één EU nationaliteit en EU-persoonsnummer in reisdocument van de betrokken EU-staat 2
Inschrijving persoon met meerdere EU nationaliteiten en EU-persoonsnummer in alle reisdocumenten van de betrokken EU staten 2 en/of 3 (voor elk EU-persoonsnummer)
Inschrijving persoon met meerdere EU nationaliteiten en EU-persoonsnummer wel/niet in een of meerdere reisdocumenten van de betrokken EU staten 1 of 2 en/of 3 (voor elk EU- persoonsnummer)
Geen persoon gevonden bij een zoekvraag type 1, 2 of 3 4

Intelligent zoeken
Het zoeken door de BV BSN gebeurt met behulp van een zogenaamd intelligente methode. Daarbij worden namen volgens bepaalde regels zoveel mogelijk gestandaardiseerd en wordt voor de geslachtsnaam (element 02.40) tevens bij de voornamen (element 02.10) gezocht. Bevat een geboortedatum slechts een geboortejaar, wordt standaard ook op de datums 01-01 en 01-07 gezocht. Daardoor kan het antwoord gegevens van meer personen bevatten dan verwacht wordt. Zie voor een uitgebreide tekst over dit intelligent zoeken de Handreiking BSN voor Burgerzaken en RNI op.

Te nemen acties na antwoord op de presentievraag
Wanneer uit het antwoord van BV BSN op de presentievraag blijkt dat al een persoon in de BRP is ingeschreven met hetzelfde buitenlandse persoonsnummer van hetzelfde EU-land als in het overgelegde reisdocument is opgenomen, maar met een andere naam dan in dat overgelegde reisdocument, moet worden onderzocht of dit inderdaad de persoon betreft die je wilt gaan inschrijven. Als dit het geval is, dan vraag je de persoonslijst op uit de RNI of de andere gemeente.

Inschrijving onder andere naam

De meeste dubbelopnemingen worden veroorzaakt door het wijzigen van de naam in het buitenland. Bij inschrijving onder een andere naam hoeft er niet altijd sprake te zijn van fraude. In veel landen wijzigt bijvoorbeeld de naam van de vrouw na het huwelijk. Deze vrouw kan voorafgaand aan haar huwelijk al onder haar geslachtsnaam zijn ingeschreven in de BRP. Bij terugkomst in Nederland kan ze zich bij de gemeente melden met haar huwelijksnaam.

Eind 2014 was de kwestie van de ‘naamswisselingen’ actueel. In sommige landen van de Europese Unie (EU) is het relatief gemakkelijk om van naam te veranderen. Dit veroorzaakt ook een frauderisico. De kans bestaat namelijk dat mensen die al eerder waren ingeschreven in de BRP zich nogmaals inschrijven onder een andere naam. Met die andere naam en inschrijving kan iemand dan proberen om opnieuw toeslagen of een uitkering aan te vragen. Op deze manier kan dezelfde persoon meerdere keren fraude plegen met bijvoorbeeld toeslagen en uitkeringen. De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) heeft destijds maatregelen aangekondigd om deze problemen tegen te gaan. Een van de maatregelen die zijn genomen, is het registreren en controleren van het EU-persoonsnummer van personen uit de EU. Om deze controle toe te passen, zijn destijds extra zoekmogelijkheden ingebouwd in de presentievraag.

Een andere situatie waarbij een fout kan worden gemaakt, is wanneer de medewerker Burgerzaken na het stellen van de presentievraag één resultaat krijgt en concludeert: dit moet hem/haar zijn. Het kan echter zijn dat iemand een tweelingbroer of tweelingzus heeft die al wel ingeschreven staat of er is sprake van personen die vrijwel gelijke gegevens hebben. Het is daarom goed om altijd de burger te vragen of hij al eerder ingeschreven is in de BRP. In geval van twijfel kan naast het resultaat van de presentievraag ook de BRP- Verstrekkingsvoorziening (BRP-V) worden geraadpleegd. Op basis van de volledige persoonslijst kan beter vastgesteld worden of het inderdaad om dezelfde persoon gaat. Bijvoorbeeld door te vragen naar de oudergegevens.

 

Resultaat presentievraag
Berichtresultaatcode Resultaatcode Actie
4, 6, 7, 8, 9, 11, 13, 14   Nagaan hoe het kon gebeuren dat de inhoud van het vraagbericht niet volgens de richtlijnen was. Nadat de oorzaak is weggenomen, wordt een nieuw vraagbericht gestuurd.
2   Er is een fout opgetreden. De BV BSN gaat na hoe de fout kon optreden en meldt, na het wegnemen van de oorzaak, dat een nieuw vraagbericht gestuurd kan worden.
12000 12001 Geen resultaten gevonden. Procedure Eerste inschrijving vanuit het buitenland uitvoeren of (bij twijfel) nieuw vraagbericht sturen met andere identificerende gegevens.
12000 12002 Er worden 3 situaties onderscheiden:
    1. Het veld Registratie bevat “GBA”; Procedure Intergemeentelijke adreswijziging uitvoeren, of procedure Binnengemeentelijke adreswijziging als de persoon in de eigen gemeente als ingezetene is ingeschreven.
    2. Het veld Registratie bevat “RNI”; Procedure Als niet-ingezetene ingeschreven in RNI (dan is er een PL van een nooit ingezetene is) of Eerder als ingezetene ingeschreven (dan is er een PL van een voormalig ingezetene) uitvoeren.
    3. Het veld Registratie bevat een gemeentecode dan wel de code van de RNI; Voor de gevonden persoon loopt al een inschrijvingsprocedure in een gemeente of de RNI. In dit geval wordt contact opgenomen met de in het antwoordbericht vermelde gemeente of RNI om na te gaan wat er aan de hand is.
12000 12003 De zoekvraag levert te veel resultaten op. Een nieuw vraagbericht sturen met aanvullende of andere identificerende gegevens.
12000 12004 Uniciteitsprobleem geconstateerd. Contact opnemen met BV BSN hoe deze foutsituatie kon optreden. Afhankelijk van de uitkomst van het onderzoek wordt een nieuw vraagbericht gestuurd of een vraagbericht met aangepaste inhoud.
12000 12005 Uniciteitsprobleem geconstateerd: meerdere personen met hetzelfde BSN. De BV BSN neemt maatregelen om dit op te lossen. Daarna het vraagbericht nogmaals sturen.
12001   Nagaan hoe het kon gebeuren dat de inhoud van het vraagbericht niet volgens de richtlijnen was. Nadat de oorzaak is weggenomen, wordt een nieuw vraagbericht gestuurd.

Stap 5: Verifiëren van het adres

Het adres waar de persoon zich vestigt, moet een adres binnen de eigen gemeente zijn. Het criterium voor inschrijving op het opgegeven adres is of de persoon daadwerkelijk op dat adres woont (artikel 1.1 van de Wet BRP). Het is niet relevant of de persoon daar volgens een gemeentelijk of ander voorschrift wel of niet mag wonen of met dat adres mag worden ingeschreven. Denk bij dit laatste bijvoorbeeld aan wonen in een recreatiewoning, bedrijfsruimte.

 Stap 6: Controleren signaleringslijst

Bij elke aangifte van verblijf en adres van een persoon die in aanmerking kan komen voor een Nederlands reisdocument, moet je controleren of betrokkene is opgenomen in het Register paspoortsignaleringen (RPS). Om dit te kunnen controleren ontvangen gemeenten maandelijks via een Vb01-bericht en de Kwaliteitsmonitor een totaallijst met gesignaleerde personen en is de beschikking over signaleringcontrole functionaliteit in de burgerzaken applicatie. Levert de signaleringcontrole een positief resultaat op of komt een ingezetene van jouw gemeente voor op de signaleringslijst en is deze signalering actueel (eventueel te controleren via de signaleringcontrole) dan neem je de signalering op en houd je het eventueel overgelegde paspoort in. Je voert procedure Melding van een signalering uit.

Als bij een hervestiging blijkt dat er nog een signalering is opgenomen op de persoonslijst die niet meer van toepassing is, dan moet je de signalering van de persoonslijst verwijderen. Je voert procedure Beëindiging van de signalering uit.

Stap 7: Verstrekkingsbeperking en deelname Europese verkiezingen

Bij de aangifte van verblijf en adres stel je betrokkene schriftelijk op de hoogte van het recht op verstrekkingsbeperking. Doet betrokkene een verzoek om verstrekkingsbeperking, dan neem je dat gegeven direct op bij het verwerken van de aangifte van verblijf en adres in categorie 07 inschrijving.

Bij de aangifte van verblijf en adres van een niet-Nederlandse EU-onderdaan moet je betrokkene informeren over het recht om een verzoekschrift in te dienen voor deelname aan de Europese verkiezingen. Hiervoor is het zogenaamde Y32-formulier beschikbaar. Wordt dit Y32-formulier bij de aanmelding ingediend, dan actualiseer je categorie 13 Kiesrecht. Zie hoofdstuk Kiesrecht.

Stap 8: Informeren van aantal inschrijvingen op een woonadres

Je bent verplicht de huidige bewoners te informeren over het aantal personen dat zich op ‘hun’ adres inschrijft, dan wel de nieuwe bewoners te informeren over het aantal personen dat nog op ‘hun’ adres is ingeschreven. Deze verplichting geldt zowel voor de aangifte van verblijf en adres als ook voor de aangifte van adreswijziging, bij de volgende procedures:

Het gaat alleen om woonadresinschrijvingen van ingezetenen; er hoeft geen mededeling te worden gedaan van briefadresinschrijvingen. Zie voor meer informatie het Experimentbesluit.

Vervolgstappen

Uit de vorige stappen blijkt welke situatie van toepassing is op de betreffende persoon. Een persoon kan in een gemeente;

Hersteltermijn

Bij ontvangst van een incomplete aangifte verblijf en adres geef je een redelijke hersteltermijn op grond van artikel 4.5 Awb. Bij bepaling van de termijn houd je onder meer rekening met welk document nog moet worden overgelegd. Je stelt de aangever schriftelijk op de hoogte van de hersteltermijn en de actie die – als aan het herstel niet wordt voldaan - daarop volgt. Wordt aan het gevraagde niet binnen de aangegeven termijn voldaan, dan stel je de aangifte buiten behandeling. Herstelt de aangever de aangifte voordat je deze aangifte buiten behandeling hebt gesteld, dan geldt de oorspronkelijke datum als datum van aangifte.

Ambtshalve handelen

In het geval dat iemand in gebreke is met het doen van aangifte moet het college van burgemeester en wethouders ambtshalve zorgdragen voor het opnemen van de juiste gegevens over het verblijf en adres. Op grond van de Wet BRP is dit in de volgende situaties het geval:

  • Er is sprake van vestiging vanuit het buitenland (een inschrijving of een (her-)vestiging), maar er wordt geen aangifte van verblijf en adres gedaan (artikel 2.4, tweede lid, en artikel 2.19, derde lid Wet BRP) terwijl de persoon wel voldoet aan de inschrijfcriteria BRP.
  • Er is sprake van een adreswijziging van de ingezetene, maar er wordt geen aangifte van adreswijziging gedaan (artikel 2.20, tweede lid Wet BRP).
  • Er is sprake van een vertrek naar het buitenland, maar er wordt geen aangifte van vertrek uit Nederland gedaan (artikel 2.21, tweede lid Wet BRP).
  • Er is sprake van het ontbreken van een woonadres, maar er wordt geen aangifte van briefadres gedaan (artikel 2.23, tweede lid Wet BRP).
  • Iemand kan niet worden bereikt en er is geen van de bovengenoemde aangiften gedaan. Na gedegen onderzoek kunnen geen gegevens over hem worden achterhaald betreffende het verblijf in Nederland, het vertrek uit Nederland noch het volgende verblijf buiten Nederland (artikel 2.22, eerste lid Wet BRP).

Ambtshalve handelen volgt slechts na een gedegen onderzoek. Er moet sprake zijn van een situatie waarvan de persoon aangifte had moeten doen maar dat niet heeft gedaan. Uit het onderzoek moet blijken wat die nieuwe situatie is. Na het onderzoek wordt een besluit genomen, maar de persoon moet eerst de gelegenheid worden gegeven om zijn zienswijze daarop kenbaar te maken (artikel 4:8 Awb). Daarom wordt voorafgaand aan het besluit, de persoon op de hoogte gesteld van het voorgenomen besluit. Als gevolg van de bepalingen uit de Wet BRP moet een voornemen schriftelijk kenbaar gemaakt worden. Nadat het besluit kenbaar is gemaakt kan de ambtshalve handeling worden uitgevoerd. De datum waarop de datum vestiging, de adreswijziging of het vertrek aanvangt, is de dag waarop het voornemen schriftelijk kenbaar is gemaakt.

Doorlinkpagina:

Handleiding Uitvoeringsprocedures HUP

Verstrekkingsbeperking

Verstrekkingsbeperking

Vanuit de Basisregistratie Personen (BRP) worden persoonsgegevens verstrekt aan overheidsorganen die deze gegevens nodig hebben voor de uitoefening van hun taken. Deze verstrekkingen vinden plaats op basis van autorisatiebesluiten en kunnen door de burger niet worden tegengegaan. Wel kan een burger op grond van artikel 2.59 van de Wet BRP schriftelijk verzoeken om, in bepaalde gevallen, geen verstrekking van gegevens te doen aan bepaalde derden (artikel 3.21 van de Wet BRP). Dit wordt de verstrekkingsbeperking of ook wel de geheimhouding genoemd en dit geldt voor alle gegevens op de persoonslijst en geldt voor alle verstrekkingen uit zowel het gemeentelijke systeem zelf als BRP-V. Ook voor verwijsgegevens kan om een verstrekkingsbeperking worden verzocht.    

Verzoek om verstrekkingsbeperking

Het verzoek wordt door de ingeschrevene van 16 jaar of ouder zelf gedaan. Voor een minderjarige jonger dan 16 jaar wordt het verzoek gedaan door een ouder, gezaghouder of verzorger. Voor een onder curatele gestelde doet de curator het verzoek.

Het verzoek is inhoudelijk niet aan voorwaarden gebonden en er hoeft bijvoorbeeld geen motivatie in opgenomen te worden. Je mag een dergelijk verzoek dan ook nooit weigeren als het door de juiste (bevoegde) persoon gedaan is en de identiteit deugdelijk is vastgesteld.

Verwerking verzoek

Na ontvangst van het verzoek moet je dit zo snel mogelijk verwerken, maar vooraf moet je wel de identiteit van de aanvrager vaststellen aan de hand van een geldig identiteitsbewijs. Je verwerkt de aanvraag, binnen 4 weken, door in categorie 07 Inschrijving in rubriek 07.70.10 de indicatie geheim op te nemen. In categorie 21 doe je dat door de opgenomen categorie historisch te maken en in de nieuwe categorie de gewijzigde verstrekkingsbeperking op te nemen en de datum geldigheid te wijzigen in de datum ontvangst verzoek. Vervolgens stuur je hiervan een schriftelijke bevestiging aan de verzoeker en vermeld je de daarbij geldende regels. De verstrekkingsbeperking blijft geldig totdat het verzoek ingetrokken wordt. 
 
De beslissing om geen gevolg te geven aan het verzoek (bijvoorbeeld doordat de identiteit niet vastgesteld kon worden), wordt op grond van artikel 2.60 van de Wet BRP gelijkgesteld aan een besluit op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dat betekent dat de Awb-bepalingen inzake de voorbereiding, motivering, bekendmaking en rechtsbescherming hierop van toepassing zijn. Er moet dus een beschikking worden gemaakt waarin gemotiveerd wordt waarom de verstrekkingsbeperking niet kan worden opgenomen. Tegen dit besluit is bezwaar en beroep mogelijk

Keuzemogelijkheid verstrekkingsbeperking

Vanaf 1 mei 2007 (LO3.5) is de keuzemogelijkheid in element 70.10 (Indicatie geheim) beperkt tot:

0 =     geen beperking
7 =     niet zonder toestemming aan derden ter uitvoering van een algemeen verbindend voorschrift en niet aan vrije derden en kerken

Vóór 1 mei 2007 was de keuze uitgebreider, zie LO Gegevenswoordenboek, beschrijving element 70.10. De waarden 1 t/m 6 mogen niet meer nieuw opgenomen worden in een persoonslijst en kunnen alleen nog voorkomen als zij vóór 01-05-2007 reeds opgenomen waren en er later geen nieuw verzoek meer gedaan is. Veel gemeenten hebben de personen met een code 1 t/m 6 al aangeschreven met het verzoek kenbaar te maken of de verstrekkingsbeperking nog van toepassing is en dat als dat zo is dit gewijzigd gaat worden in code 7. Mocht de verstrekkingsbeperking niet meer van toepassing zijn dan wordt code 0 opgenomen.

Wijzigen verstrekkingsbeperking 
V15a    
  Categorie 07 Inschrijving  
67.10 Datum opschorting bijhouding  
67.20 Omschrijving reden opschorting bijhouding  
68.10 Datum eerste inschrijving BRP  10-5-2016
69.10 Gemeente waar de PK zich bevindt  
70.10 Indicatie geheim 0 overschrijven door 7
87.10 PK-gegevens volledig meegeconverteerd  
Wijzigen verstrekkingsbeperking in verwijsgegevens
V15b    
  Categorie 21 Verwijzing  
01.10 A-nummer uitgeschreven persoon Gevuld
01.20 Burgerservicenummer uitgeschreven persoon Gevuld
02.10 Voornamen uitgeschreven persoon Marit
02.20 Adellijke titel/predicaat uitgeschreven persoon  
02.30 Voorvoegsel geslachtsnaam uitgeschreven persoon van
02.40 Geslachtsnaam uitgeschreven persoon Heusden
03.10 Geboortedatum uitgeschreven persoon 16-03-1985
03.20 Geboorteplaats uitgeschreven persoon 0344 Utrecht
09.10 Gemeente uitschrijving/ toevallige geboorte 0014 Groningen
09.20 Datum uitschrijving 01-04-2019
70.10 Indicatie geheim verwijsgegevens 0 overschrijven door 7
85.10 Ingangsdatum geldigheid  01-04-2019
86.10 Datum van opneming  02-04-2019

 

Handleiding Uitvoeringsprocedures HUP

Verblijfstitel

Verblijfstitel

Ingangsdatum geldigheid verblijfstitel

In categorie 10 is in element 39.30 de ingangsdatum geldigheid van de verblijfstitel opgenomen. Deze datum wordt door de IND bepaald en kan bijvoorbeeld ook met terugwerkende kracht worden toegekend. Deze datum is samen met de verblijfstitel in element 39.10 Aanduiding verblijfstitel en de datum in element 39.20 Datum einde verblijfstitel van belang bij bijvoorbeeld het bepalen van aaneengesloten verblijfsrecht. 

In element 85.10 is de ingangsdatum geldigheid van categorie 10/60 Verblijfstitel opgenomen. Deze datum is fictief en zegt niets over de geldigheid van de verblijfstitel zelf. Tot 17-02-2022 werd als ingangsdatum geldigheid de datum opgenomen waarop het Og11-bericht door de IND werd aangemaakt. Deze werkwijze is op 17-02-2022 gewijzigd door de IND, vanaf die datum wordt de datum in element 85.10 Ingangsdatum geldigheid bij iedere nieuwe verblijfstitel met 1 dag opgehoogd worden in vergelijking met de ingangsdatum geldigheid in de onderliggende historische categorie. Bij de eerste opname van een verblijfstitel vanaf 17-02-2022 is als ingangsdatum geldigheid van de categorie voor de fictieve datum 02-01-2020 gekozen ongeacht andere datums in de persoonslijst (bijvoorbeeld de geboortedatum of de vestigingsdatum). En iedere wijziging in de verblijfstitelgegevens krijg een ingangsdatum geldigheid die 1 dag later ligt dan de voorgaande. Door deze fictieve datums te hanteren kunnen door de IND meerdere verblijfstitels op dezelfde dag aangeleverd worden. 

Verkrijging, verlenging, wijziging of intrekking van de verblijfstitel

De gemeente ontleent de gegevens over de verkrijging, verlenging, wijziging of intrekking van de verblijfstitel aan het Og11-bericht dat door de IND wordt geleverd. De verblijfstitels worden opgenomen met een verblijfstitelcode uit tabel 56 Verblijfstiteltabel. De Og01-berichten worden automatisch door het BRP-systeem van de gemeente verwerkt en er is geen handmatige actie nodig. Alleen in overleg met de IND mag een gemeente eventueel wijzigingen aanbrengen. 

Aanvullen verblijfstitels op een opgeschorte persoonslijst

Omdat de verblijfstitel voor de vreemdeling van belang is, ook als de vreemdeling niet meer als ingezetene in de BRP is ingeschreven, wordt de verblijfstitel ook geactualiseerd als de persoonslijst van de vreemdeling is opgeschort met reden "O" (overlijden) en de ingangsdatum verblijfstitel (element 39.30) voor de datum overlijden ligt. De in element 85.10 Datum ingang geldigheid in het Og11-bericht opgenomen datum speelt daarbij geen rol.

Vervallen van de verblijfstitel

Bij het verkrijgen van de Nederlandse nationaliteit moet de gemeente wel actie ondernemen en de actuele verblijfstitel laten vervallen met ingang van de datum waarop de betrokken persoon de Nederlandse nationaliteit heeft verkregen. Veelal gebeurt dit al automatisch als je de Nederlandse nationaliteit opneemt bij een persoon. Bij het achteraf corrigeren van de ingangsdatum geldigheid van de Nederlandse nationaliteit moet je er wel aan denken dat je ook de datum waarop de verblijfstitel is vervallen moet aanpassen. Ook in het geval de Nederlandse nationaliteit met terugwerkende kracht wordt toegekend kan het noodzakelijk zijn één of meerdere verblijftitelgegevens te corrigeren. Zie Correcties in categorie 10 Verblijfstitel.

Vervallen verblijfstitel bij verkrijging Nederlandse nationaliteit
V14.2    
  Categorie 04 Nationaliteit  
05.10 Nationaliteit 0001 Nederlandse
63.10 Reden opname nationaliteit Code uit tabel 37 Reden opnemen nationaliteit
85.10 Ingangsdatum geldigheid  Datum verkrijging Nederlanderschap
86.10 Datum van opneming Systeemdatum
     
  Categorie 04 Nationaliteit  
05.10 Nationaliteit 404 Beëindiging registratie (niet-Nederlandse) nationaliteit
85.10 Ingangsdatum geldigheid  Datum verkrijging Nederlanderschap
86.10 Datum van opneming Systeemdatum
  Categorie 54 Nationaliteit  
05.10 Nationaliteit 0060 Brits burger
63.10 Reden opname nationaliteit 301 Vaststelling bezit vreemde nationaliteit
84.10 Indicatie onjuist  
85.10 Ingangsdatum geldigheid   12-08-2012
86.10 Datum van opneming 14-08-2012
     
  Categorie 10 Verblijfstitel  
39.10 Aanduiding verblijfstitel  
39.20 Datum einde verblijfstitel  
39.30 Ingangsdatum verblijfstitel  
85.10 Ingangsdatum geldigheid Datum verkrijging Nederlanderschap
86.10 Datum van opneming Systeemdatum
  Categorie 60 Verblijfstitel  
39.10 Aanduiding verblijfstitel 40
39.20 Datum einde verblijfstitel   
39.30 Ingangsdatum verblijfstitel  20200506
84.10 Indicatie onjuist   
85.10 Ingangsdatum geldigheid 20200506
86.10 Datum van opneming 10200507
  Categorie 60 Verblijfstitel  
39.10 Aanduiding verblijfstitel 33
39.20 Datum einde verblijfstitel   
39.30 Ingangsdatum verblijfstitel  20200408
84.10 Indicatie onjuist   
85.10 Ingangsdatum geldigheid 20200408
86.10 Datum van opneming 20200409
  Categorie 60 Verblijfstitel  
39.10 Aanduiding verblijfstitel 30
39.20 Datum einde verblijfstitel  20200701
39.30 Ingangsdatum verblijfstitel  20120817
84.10 Indicatie onjuist   
85.10 Ingangsdatum geldigheid 20190315
86.10 Datum van opneming 20190316
  Categorie 60 Verblijfstitel  
39.10 Aanduiding verblijfstitel 30
39.20 Datum einde verblijfstitel   
39.30 Ingangsdatum verblijfstitel  20120817
84.10 Indicatie onjuist   
85.10 Ingangsdatum geldigheid 20120818
86.10 Datum van opneming 20120820
Handleiding Uitvoeringsprocedures HUP

Signalering verstrekking reisdocument

Signalering verstrekking reisdocument

Bij elke ingezetene van wie de gegevens zijn opgenomen in het Register paspoortsignaleringen (RPS), moet in categorie 12 van de persoonslijst een signalering worden opgenomen. 

Melding van een signalering

Een mutatie in het RPS wordt via het berichtenverkeer (Vb01-bericht) verstuurd naar de bijhoudingsgemeente van een ingezetene. De gemeente moet deze signalering verwerken aan de hand van dit Vb01-bericht. 

Maandelijks (of elke keer dat er een nieuwe signalering plaatsvindt op grond van artikel 23 of 23b van de Paspoortwet) wordt de totaallijst in de Kwaliteitsmonitor opgenomen. Bij elke aangifte van verblijf en adres moet deze lijst worden gecontroleerd. Voor meer informatie zie ook de werkinstructie Paspoortsignaleringen op de website van de RvIG. 

Komt een ingezetene van jouw gemeente voor op de signaleringslijst en is deze signalering actueel, te controleren via de signaleringcontrole, dan neem je de signalering op. Je neemt hierbij een nieuwe actuele categorie 12 op.

Ingangsdatum geldigheid

Je vult hier de datum in van opneming in het RPS. RvIG verstrekt deze datum in het Vb01-bericht en in de totaallijst. Is de ingangsdatum geldigheid onbekend, dan neem je contact op met RvIG om te bepalen welke datum moet worden opgenomen. 

Melding van een signalering
V13.5.1    
  Categorie 12 Reisdocument  
35.10 Soort Nederlands reisdocument  
35.20 Nummer Nederlands reisdocument  
35.30 Datum uitgifte Nederlands reisdocument  
35.40 Autoriteit van afgifte Nederlands reisdocument  
35.50 Datum einde geldigheid Nederlands reisdocument  
35.60 Datum inhouding/vermissing Nederlands reisdocument  
35.70 Aanduiding inhouding/vermissing Nederlands reisdocument  
36.10 Signalering Nederlands reisdocument 1
82.10 Gemeente waar het paspoortdossier zich bevindt 0000 Onbekend
82.20 Datum van opname in het paspoortdossier 00-00-0000
82.30 Beschrijving dossier paspoortgegevens Signaleringslijst
85.10 Ingangsdatum geldigheid Datum opname RPS
86.10 Datum van opneming Systeemdatum

Beëindiging van de signalering

Bij de melding of constatering dat een signalering niet langer van toepassing is, verwijder je de categorie waarin die signalering is opgenomen in het geheel van de persoonslijst.

Handleiding Uitvoeringsprocedures HUP

Verwijdering van reisdocumentgegevens

Verwijdering van reisdocumentgegevens

In de BRP worden uitsluitend uitgereikte Nederlands reisdocumenten geregistreerd. Wanneer voor niet uitgereikte reisdocumenten toch een categorie 12 Reisdocument op de persoonslijst is opgenomen, dan wordt de betreffende categorie 12 van de persoonslijst verwijderd.

Het is verplicht om gegevens van Nederlandse reisdocumenten, die langer dan elf jaar geleden zijn uitgegeven en waarvan de geldigheidsduur vijf jaar of korter is, van de persoonslijst te verwijderen. Een categorie met een Nederlands reisdocument dat zestien jaar of langer geleden is uitgegeven en waarvan de geldigheidsduur langer dan vijf jaar is, moet ook worden verwijderd van de persoonslijst. Dit geldt voor zowel actuele persoonslijsten als voor met reden “O” opgeschorte persoonslijsten. 

Aan deze verplichting tot verwijdering wordt voldaan door minimaal eenmaal per maand na te gaan voor welke reisdocumenten de bewaartermijn verstreken is en deze reisdocumenten van de persoonslijsten te verwijderen. De betreffende categorie 12 wordt geheel van de persoonslijst verwijderd.

Handleiding Uitvoeringsprocedures HUP

Van rechtswege vervallen reisdocument

Van rechtswege vervallen reisdocument

Van de reisdocumenten die van rechtswege vervallen in de BRP, worden de gegevens vanuit BRP-V automatisch opgenomen in het Basisregister Reisdocumenten. Voor uitgevende instanties zoals grensgemeenten, Buitenlandse Zaken en Caribische instanties is het C7 formulier beschikbaar.

In geval van overlijden van de houder van het reisdocument of wanneer de van vermissing van het reisdocument wordt verwerkt in de BRP, dan worden de gegevens over dat reisdocument automatisch in het Basisregister Reisdocumenten opgenomen. 

De bijhoudingsgemeente moet het feit dat het reisdocument van rechtswege vervalt wel expliciet registreren op de persoonslijst van betrokkene o.a. als:

  1. de houder de Nederlandse nationaliteit heeft verloren,
  2. de gronden voor verkrijging van een reisdocument voor vreemdelingen of een reisdocument voor vluchtelingen zijn vervallen, of
  3. de houdergegevens wijzigen.

Voor een volledig overzicht van de redenen waardoor een reisdocument kan vervallen zie Paspoortwet artikel 47, lid 1. De bijhoudingsgemeente registreert het van rechtswege vervallen van het reisdocument alleen als het document nog niet is ingehouden/ingeleverd of vermist is gemeld.

Van rechtswege vervallen reisdocument

Een nog geldig reisdocument vervalt van rechtswege als de persoonsgegevens van de houder van het reisdocument wijzigen. De gegevens op de houderpagina van het reisdocument komen dan niet meer overeen met de actuele gegevens in categorie 01 Persoon op de persoonslijst. Dat kan het geval zijn na het actualiseren of corrigeren van de geslachtsnaam, de voornamen, de geboortedatum, het geslacht of het burgerservicenummer. 

Als het nog geldige Nederlandse reisdocument direct bij het actualiseren of corrigeren wordt ingehouden of ingeleverd, of er wordt direct een verklaring van vermissing afgelegd, dan registreer je de inhouding, inlevering of vermissing direct in categorie 12. Zie hiervoor procedure Inhouding, inlevering of vermissing van een reisdocument.

Als het nog geldige reisdocument bij het actualiseren of corrigeren niet ingehouden of ingeleverd wordt en geen verklaring van vermissing wordt afgelegd, registreer je het van rechtswege vervallen van het reisdocument meteen in categorie 12. Je voert dan de onderstaande procedure uit. 

Als het van rechtswege vervallen reisdocument op een later tijdstip alsnog ingehouden of ingeleverd wordt of de houder een verklaring van vermissing aflegt, dan wordt dit verwerkt in de BRP. Zie het voorbeeld Van rechtswege vervallen reisdocument wordt ingehouden/ingeleverd.

Het registreren van het van rechtswege vervallen van een reisdocument in de BRP leidt tot een actualisering van categorie 12 Reisdocument. Hierbij ontstaat geen historie. Dit is het aandachtspunt:

Ingangsdatum geldigheid

De ingangsdatum geldigheid is de datum waarop het Nederlands reisdocument van rechtswege is vervallen. Dit is de datum dat de mutatie is doorgevoerd in de BRP. Deze datum komt ook terug in element 12.35.60 Datum inhouding/vermissing reisdocument.

Van rechtswege vervallen reisdocument
V13.3.1    
  Categorie 12 Reisdocument  
35.10 Soort Nederlands reisdocument NI
35.20 Nummer Nederlands reisdocument IX90R18C3
35.30 Datum uitgifte Nederlands reisdocument 16-05-2018
35.40 Autoriteit van afgifte Nederlands reisdocument B0575
35.50 Datum einde geldigheid Nederlands reisdocument 16-05-2028
35.60 Datum inhouding/vermissing Nederlands reisdocument Systeemdatum
35.70 Aanduiding inhouding/vermissing Nederlands reisdocument R
36.10 Signalering Nederlands reisdocument  
82.10 Gemeente waar het paspoortdossier zich bevindt 0575 Noordwijk
82.20 Datum van opname in het paspoortdossier 16-05-2018
82.30 Beschrijving dossier paspoortgegevens Aanvraagformulier
85.10 Ingangsdatum geldigheid Systeemdatum
86.10 Datum van opneming Systeemdatum

Van rechtswege vervallen reisdocument wordt ingehouden/ingeleverd of vermist

Als bij de gegevens van een nog geldig reisdocument is vastgelegd dat het van rechtswege is vervallen, is de houder daarvan aangeschreven om het document in te leveren. Op het moment dat het document wordt ingehouden of ingeleverd, moet je categorie 12 actualiseren door de inname/inhouding van het document te registreren. Dit geldt ook voor de situatie dat er een verklaring van vermissing wordt afgelegd.

Ingangsdatum geldigheid

De ingangsdatum geldigheid is de datum waarop het Nederlands reisdocument alsnog is ingeleverd of ingehouden. Deze datum komt ook terug in element 12.35.60 Datum inhouding dan wel vermissing reisdocument.

Van rechtswege vervallen reisdocument wordt ingehouden/ingeleverd
V13.3.2    
  Categorie 12 Reisdocument  
35.10 Soort Nederlands reisdocument NI
35.20 Nummer Nederlands reisdocument IX90R18C4
35.30 Datum uitgifte Nederlands reisdocument 29-07-2021
35.40 Autoriteit van afgifte Nederlands reisdocument B1896
35.50 Datum einde geldigheid Nederlands reisdocument 29-07-2031
35.60 Datum inhouding/vermissing Nederlands reisdocument datum onttrekking
35.70 Aanduiding inhouding/vermissing Nederlands reisdocument I
36.10 Signalering Nederlands reisdocument  
82.10 Gemeente waar het paspoortdossier zich bevindt 1896  Zwartewaterland
82.20 Datum van opname in het paspoortdossier 29-07-2021
82.30 Beschrijving dossier paspoortgegevens Aanvraagformulier
85.10 Ingangsdatum geldigheid datum onttrekking
86.10 Datum van opneming Systeemdatum

 

Handleiding Uitvoeringsprocedures HUP

Inhouding, inlevering of vermissing

Inhouding, inlevering of vermissing

De inhouding, inlevering of vermissing van een Nederlands reisdocument, niet zijnde een nooddocument, een laissez-passer, een diplomatiek paspoort of dienstpaspoort, wordt geregistreerd in de BRP. De inhouding van een Nederlands reisdocument gebeurt altijd door een daartoe bevoegde Nederlandse autoriteit. Inlevering gebeurt daarentegen op initiatief van de persoon zelf. Als de ingeschrevene een schriftelijke verklaring aflegt over de vermissing van een Nederlands reisdocument, wordt deze vermissing direct geregistreerd in de BRP.

Wanneer een reisdocument als ‘vermist (V)’, ‘ingehouden (I)’ of van ‘rechtswege vervallen (R)’ in de BRP is geregistreerd, dan mag rubriek 12.35.70 niet meer verwijderd worden, wel kan in sommige gevallen rubriek 35.70 wijzigen (zie hieronder). Door de registratie van V, I, R in de BRP wordt het reisdocument in het Basisregister Reisdocumenten automatisch geregistreerd als ongeldig. Zie ook de informatie op de website van RvIG

Wat betreft het inhouden en inleveren van reisdocumenten van RPS-gesignaleerden pas je de hier beschreven procedure niet toe, maar volg je de instructie op de website.

Inhouding/inlevering reisdocument

Bij het inhouden of inleveren van een reisdocument wordt deze door een daartoe bevoegde Nederlandse instantie aan het verkeer onttrokken. Het onttrokken document wordt daarna vernietigd of op verzoek van de persoon ongeldig gemaakt met behulp van gaten door het document. 

In de BRP leidt dit tot een actualisering van categorie 12 Reisdocument. Hierbij ontstaat geen historie. Dit is het aandachtspunt:

Ingangsdatum geldigheid

De ingangsdatum geldigheid is de datum waarop het Nederlands reisdocument is ingeleverd of ingehouden. Deze datum komt ook terug in element 12.35.60 Datum inhouding dan wel vermissing reisdocument.

Inhouding/inlevering reisdocument
V13.2.1    
  Categorie 12 Reisdocument  
35.10 Soort Nederlands reisdocument NI
35.20 Nummer Nederlands reisdocument IX90R18C1
35.30 Datum uitgifte Nederlands reisdocument 25-02-2017
35.40 Autoriteit van afgifte Nederlands reisdocument B0981
35.50 Datum einde geldigheid Nederlands reisdocument 25-02-2027
35.60 Datum inhouding/vermissing Nederlands reisdocument datum onttrekking
35.70 Aanduiding inhouding/vermissing Nederlands reisdocument I
36.10 Signalering Nederlands reisdocument  
82.10 Gemeente waar het paspoortdossier zich bevindt 0981 Vaals
82.20 Datum van opname in het paspoortdossier 25-02-2017
82.30 Beschrijving dossier paspoortgegevens Aanvraagformulier
85.10 Ingangsdatum geldigheid datum onttrekking
86.10 Datum van opneming Systeemdatum

Vermissing reisdocument

Een vermissing kan geregistreerd worden door een gemeente als er een verklaring van vermissing zoals bedoeld in de Paspoortwet is afgelegd. De persoon zal deze verklaring afleggen bij de gemeente. 

Het registreren van de vermissing in de BRP leidt tot een actualisering van categorie 12 Reisdocument. Hierbij ontstaat geen historie. Dit is het aandachtspunt:

Ingangsdatum geldigheid

De ingangsdatum geldigheid is de datum waarop de verklaring van vermissing is afgelegd. Deze datum komt ook terug in element 12.35.60 Datum inhouding dan wel vermissing reisdocument.

Vermissing reisdocument
V13.2.2    
  Categorie 12 Reisdocument  
35.10 Soort Nederlands reisdocument NI
35.20 Nummer Nederlands reisdocument IX90R18C2
35.30 Datum uitgifte Nederlands reisdocument 25-02-2019
35.40 Autoriteit van afgifte Nederlands reisdocument B1667
35.50 Datum einde geldigheid Nederlands reisdocument 25-02-2029
35.60 Datum inhouding/vermissing Nederlands reisdocument datum vermissingsverklaring
35.70 Aanduiding inhouding/vermissing Nederlands reisdocument V
36.10 Signalering Nederlands reisdocument  
82.10 Gemeente waar het paspoortdossier zich bevindt 1667 Reusel-De Mierden
82.20 Datum van opname in het paspoortdossier 25-02-2019
82.30 Beschrijving dossier paspoortgegevens Aanvraagformulier
85.10 Ingangsdatum geldigheid datum vermissingsverklaring
86.10 Datum van opneming Systeemdatum

Inhouding/inlevering reisdocument ná vermissing 

Het is mogelijk dat nádat de persoon een verklaring van vermissing heeft afgelegd en een vermissing is geregistreerd, het reisdocument wordt gevonden door de houder en dat die het komt inleveren. In het verleden was de procedure om dit niet te registreren in BRP in categorie 12 en het reisdocument te vernietigen. Door de komst van het Basisregister reisdocumenten is dit veranderd. De registratie van het inleveren is nu wel mogelijk en zelfs noodzakelijk geworden.

Let op:

  • Deze procedure moet alleen toegepast worden wanneer de houder van het reisdocument zelf het reisdocument inlevert. Het is niet toegestaan om reisdocumenten die in de publieke ruimte zijn gevonden en naar de gemeente zijn gebracht via deze procedure op ingehouden te zetten.
  • Het is niet/nooit toegestaan om na registratie van een vermissing het teruggevonden reisdocument weer terug te geven aan de houder. De registratie hiervan is namelijk al doorgegeven aan het Basisregister Reisdocumenten en dat is onomkeerbaar.

Het registreren van de inhouding in de BRP leidt tot een actualisering van categorie 12 Reisdocument. Bij deze mutatie ontstaat geen historie, dus de eerder geregistreerde vermissing is niet meer zichtbaar in de BRP. In het Basisregister Reisdocumenten wordt wel historie bijgehouden en bij bevraging kan de gehele levensloop van het reisdocument worden geraadpleegd (inclusief de eerdere vermissing).

Ingangsdatum geldigheid

De ingangsdatum geldigheid is de datum waarop het Nederlands reisdocument alsnog is ingeleverd of ingehouden. Deze datum komt ook terug in element 12.35.60 Datum inhouding dan wel vermissing reisdocument.

Inhouding/inlevering reisdocument ná vermissing
V13.2.3    
  Categorie 12 Reisdocument  
35.10 Soort Nederlands reisdocument NI
35.20 Nummer Nederlands reisdocument IX90R18C3
35.30 Datum uitgifte Nederlands reisdocument 25-02-2020
35.40 Autoriteit van afgifte Nederlands reisdocument B0642
35.50 Datum einde geldigheid Nederlands reisdocument 25-02-2030
35.60 Datum inhouding/vermissing Nederlands reisdocument datum onttrekking
35.70 Aanduiding inhouding/vermissing Nederlands reisdocument I
36.10 Signalering Nederlands reisdocument  
82.10 Gemeente waar het paspoortdossier zich bevindt 0642 Zwijndrecht
82.20 Datum van opname in het paspoortdossier 25-02-2020
82.30 Beschrijving dossier paspoortgegevens Aanvraagformulier
85.10 Ingangsdatum geldigheid datum onttrekking
86.10 Datum van opneming Systeemdatum

 

Handleiding Uitvoeringsprocedures HUP

Uitreiking of registreren van een reisdocument

Uitreiking of registreren van een reisdocument

Het uitreiken van een reisdocument wordt met behulp van deze procedure uitgevoerd. Deze procedure wordt ook uitgevoerd wanneer een reisdocument wordt getoond dat nog niet op de persoonslijst is opgenomen of als een kennisgeving wordt verwerkt. 

Alle reisdocumenten worden opgenomen, voor zover de verstrekking van het reisdocument niet langer dan zestien jaar geleden heeft plaatsgevonden (of elf jaar in het geval van een reisdocument met een geldigheidsduur van vijf jaar of korter). De gegevens over een nooddocument, een laissez-passer, een diplomatiek paspoort, een dienstpaspoort of een buitenlands reisdocument worden niet opgenomen op de persoonslijst.

Bij een aangifte van verblijf en adres moet je als een Nederlands reisdocument in het buitenland, in het Caribisch deel van Nederland of bij een grensgemeente is verstrekt, de chip aan de balie uitlezen. Hiermee controleer je o.a. de echtheid van het reisdocument en kom je achter essentiële informatie voor de opname van het document in categorie 12. 

Uitreiking door een Nederlandse gemeente

Voor een reisdocument dat is uitgegeven door een Nederlandse gemeente - niet zijnde een nooddocument, laissez-passer, een diplomatiek paspoort, een dienstpaspoort of een buitenlands reisdocument - neem je een eigen stapel een categorie 12 Reisdocument op. Categorie 12 kent geen historie. Er zijn een aantal aandachtspunten:

Nummer Nederlands reisdocument

Het nummer van een reisdocument vind je terug op het reisdocument zelf. Het nummer vindt je terug op het reisdocument zelf en je kan controleren in het Basisregister Reisdocumenten. Hieronder wat achtergrondinformatie over het documentnummer:

  • De eerste letter van het documentnummer verwijst naar het soort document:

         N     = nationaal paspoort

         I    = Nederlandse identiteitskaart

         B    = zakenpaspoort

         A    = vreemdelingenpaspoort

         R    = vluchtelingenpaspoort

         D    = diplomatiek paspoort

         S    = dienstpaspoort

  • Het nummer bestaat uit een combinatie van cijfers en letters.
  • De cijfers 1, 2 en 0 worden kleiner afgedrukt dan de overige cijfers. 
  • De cijfers 3, 4, 5, 7 en 9 zijn groter met de bovenkant gelijk aan de kleine cijfers en steken onder de letters uit.
  • De cijfers 6 en 8 zijn groter, maar in grootte gelijk aan de letters.
  • De letter 'O' komt in de documentnummers nooit voor. Reden hiervoor is om verwarring te voorkomen met het cijfer '0'. Alleen het cijfer komt dus voor.
  • Op positie 1 en 2 staan letters. Op positie 3 tot en met 8 staan letters of cijfers. Op positie 9 staat een cijfer.

Document

Deze gegevens worden afwijkend gevuld dan bij de meeste mutaties. 

  • Gemeente waar het paspoortdossier zich bevindt: Hier vul je de gemeentecode volgens tabel 33 Gemeentetabel in van de gemeente die het dossier van het verstrekte reisdocument beheert. Is het document door de verstrekkende gemeente niet op de PL gezet en jij gaat dit alsnog doen dan vul je hier de verstrekkende gemeente in. 
  • Datum van opname in het paspoortdossier: Dit is de datum waarop de gegevens over het verstrekte reisdocument aan het dossier zijn toegevoegd. Als het document is uitgegeven in jouw gemeente, dan neem je hier één van de volgende datums op:
  1. de datum die je opneemt bij rubriek 12.85.10 Ingangsdatum geldigheid, 
  2. de datum die je opneemt bij rubriek 12.86.10 Datum van opneming (de datum waarop het document is uitgereikt).

Als de persoon een reisdocument overlegt dat is uitgegeven door een andere Nederlandse gemeente of je verwerkt een kennisgeving van een andere Nederlandse  gemeente, dan vul je hier de standaardwaarde (00-00-0000) in.

  • Beschrijving dossier waarin de aanvullende paspoortgegevens zich bevinden: Dit is een zo nauwkeurig mogelijke beschrijving van het dossier waarin de aanvullende reisdocumentgegevens zich bevinden. Bijvoorbeeld: 'aanvraagformulier'. Als de persoon een reisdocument overlegt dat is uitgegeven door een andere Nederlandse gemeente, of je ontvangt een kennisgeving van een andere Nederlandse gemeente, dan raadpleeg je de Reisdocumentenmodule (RDM). Ontleen je hier aan de gegevens, dan vul je hier 'REIS' in. Zie voor meer informatie de website van RvIG. Ontleen je de gegevens aan een ander brondocument dan de RDM, dan vul je hier de standaardwaarde (“.”) in.

Geldigheid

De ingangsdatum geldigheid is de datum waarop het reisdocument is verstrekt. Dit is de datum van afgifte zoals op het reisdocument vermeld. Is het reisdocument ingehouden of vermist, dan vul je hier dezelfde datum in als bij rubriek 12.35.60. Voor meer informatie over het verwerken van een vermissing zie Inhouding, inlevering of vermissing van een reisdocument.

Uitreiking in eigen gemeente 
 V13.1.1a     
  Categorie 12 Reisdocument  
35.10 Soort Nederlands reisdocument PN
35.20 Nummer Nederlands reisdocument NX90R18C7
35.30 Datum uitgifte Nederlands reisdocument datum van afgifte
35.40 Autoriteit van afgifte Nederlands reisdocument B1991
35.50 Datum einde geldigheid Nederlands reisdocument datum geldig tot
82.10 Gemeente waar het paspoortdossier zich bevindt Eigen gemeente
82.20 Datum van opname in het paspoortdossier gelijk aan afgiftedatum reisdocument
82.30 Beschrijving dossier paspoortgegevens Aanvraagformulier
85.10 Ingangsdatum geldigheid afgiftedatum reisdocument
86.10 Datum van opneming Systeemdatum
Uitreiking in andere gemeente
V13.1.1b    
  Categorie 12 Reisdocument  
35.10 Soort Nederlands reisdocument PN
35.20 Nummer Nederlands reisdocument NX90R18C8
35.30 Datum uitgifte Nederlands reisdocument datum van afgifte
35.40 Autoriteit van afgifte Nederlands reisdocument B0995
35.50 Datum einde geldigheid Nederlands reisdocument datum geldig tot
82.10 Gemeente waar het paspoortdossier zich bevindt 0995 Lelystad
82.20 Datum van opname in het paspoortdossier 00-00-0000
82.30 Beschrijving dossier paspoortgegevens REIS of '.' (standaardwaarde)
85.10 Ingangsdatum geldigheid afgiftedatum reisdocument
86.10 Datum van opneming Systeemdatum

Uitreiking buiten het koninkrijk

Voor ieder reisdocument dat is uitgegeven door een andere autoriteit dan een Nederlandse gemeente - niet zijnde een nooddocument of laissez-passer, een diplomatiek paspoort, een dienstpaspoort of een buitenlands reisdocument - neem je een eigen stapel in categorie 12 Reisdocument op. Hieronder vallen reisdocumenten die zijn uitgegeven door het ministerie van Buitenlandse Zaken of voor 09-03-2014 door consulaire posten over de wereld. Categorie 12 kent geen historie. Er zijn een aantal aandachtspunten:

Nummer Nederlands reisdocument

Het nummer van een reisdocument vind je terug op het reisdocument zelf. Dit nummer kan je controleren in het Basisregister Reisdocumenten. Hieronder wat achtergrondinformatie over het documentnummer:

  • De eerste letter van het documentnummer verwijst naar het soort document:

         N     = nationaal paspoort

         I    = Nederlandse identiteitskaart

         B    = zakenpaspoort

         A    = vreemdelingenpaspoort

         R    = vluchtelingenpaspoort

         D    = diplomatiek paspoort

         S    = dienstpaspoort

  • Het nummer bestaat uit een combinatie van cijfers en letters.
  • De cijfers 1, 2 en 0 worden kleiner afgedrukt dan de overige cijfers. 
  • De cijfers 3, 4, 5, 7 en 9 zijn groter met de bovenkant gelijk aan de kleine cijfers en steken onder de letters uit.
  • De cijfers 6 en 8 zijn groter, maar in grootte gelijk aan de letters.
  • De letter 'O' komt in de documentnummers nooit voor. Reden hiervoor is om verwarring te voorkomen met het cijfer '0'. Alleen het cijfer komt dus voor.
  • Op positie 1 en 2 staan letters. Op positie 3 tot en met 8 staan letters of cijfers. Op positie 9 staat een cijfer.

Autoriteit van afgifte

Bij een reisdocument verstrekt op of ná 9 maart 2014 buiten het Koninkrijk, vul je hier BU0518 (minister van Buitenlandse Zaken, gemeentecode Den Haag) in. Bij een reisdocument verstrekt vóór 9 maart 2014 buiten het Koninkrijk, vult je code C (consulaire post) gevolgd door de betreffende landcode in. Zie voorbeelden hieronder.

Document

Deze gegevens worden afwijkend gevuld dan bij de meeste mutaties. 

  • Gemeente waar het paspoortdossier zich bevindt: Is de verstrekking door een andere Nederlandse autoriteit dan een gemeente gedaan, dan vul je hier de standaardwaarde (0000) in.
  • Datum van opname in het paspoortdossier: Dit is de datum waarop de gegevens over het verstrekte reisdocument aan het dossier zijn toegevoegd. Als de persoon een reisdocument overlegt dat is uitgegeven door een andere autoriteit dan een Nederlandse gemeente of je verwerkt een kennisgeving van een andere autoriteit, dan vul je hier de standaardwaarde (00-00-0000) in.
  • Beschrijving dossier waarin de aanvullende paspoortgegevens zich bevinden: Dit is een zo nauwkeurig mogelijke beschrijving van het dossier waarin de aanvullende reisdocumentgegevens zich bevinden. Voor een reisdocument dat in het buitenland door de minister van Buitenlandse Zaken is verstrekt, dan wordt hier CSO-RD locatiecode inclusief het nummer van de uitgiftelocatie vermeld (ook voor documenten uitgegeven voor 8 januari 2018). Bijvoorbeeld: “CSO-RD locatiecode 9155.094”. Het nummer van de uitgiftelocatie kan je terugvinden door het uitlezen van de chip. Bij verwerking van een kennisgeving vind je de uitgiftelocatie terug in de stempel bij de ondertekening.

Geldigheid

De ingangsdatum geldigheid is de datum waarop het reisdocument is verstrekt. Is het reisdocument ingehouden of vermist, dan vul je hier dezelfde datum in als bij rubriek 12.35.60. Voor meer informatie over het verwerken van een vermissing zie Inhouding, inlevering of vermissing van een reisdocument.

Uitreiking reisdocument buiten het Koninkrijk voor 09-03-2014
V13.1.2a    
  Categorie 12 Reisdocument  
35.10 Soort Nederlands reisdocument PN
35.20 Nummer Nederlands reisdocument NX90R18C2
35.30 Datum uitgifte Nederlands reisdocument datum van afgifte, voor 9-3-2014
35.40 Autoriteit van afgifte Nederlands reisdocument C5013
35.50 Datum einde geldigheid Nederlands reisdocument datum geldig tot
82.10 Gemeente waar het paspoortdossier zich bevindt 0000
82.20 Datum van opname in het paspoortdossier 00-00-0000
82.30 Beschrijving dossier paspoortgegevens Ambassadeur te Wellington
85.10 Ingangsdatum geldigheid afgiftedatum reisdocument
86.10 Datum van opneming Systeemdatum
Uitreiking reisdocument buiten het Koninkrijk op of na 09-03-2014
V13.1.2b    
  Categorie 12 Reisdocument  
35.10 Soort Nederlands reisdocument PN
35.20 Nummer Nederlands reisdocument NX90R18C1
35.30 Datum uitgifte Nederlands reisdocument datum van afgifte, op of na 9-3-2014
35.40 Autoriteit van afgifte Nederlands reisdocument BU0518
35.50 Datum einde geldigheid Nederlands reisdocument datum geldig tot
82.10 Gemeente waar het paspoortdossier zich bevindt 0000
82.20 Datum van opname in het paspoortdossier 00-00-0000
82.30 Beschrijving dossier paspoortgegevens CSO-RD + locatiecode
85.10 Ingangsdatum geldigheid afgiftedatum reisdocument
86.10 Datum van opneming Systeemdatum

Uitreiking door de Gezaghebber van Bonaire, Saba of Sint Eustatius

Voor ieder reisdocument dat is uitgegeven door de Gezaghebber van Bonaire, Saba of Sint Eustatius - niet zijnde een nooddocument of laissez-passer, een diplomatiek paspoort, een dienstpaspoort of een buitenlands reisdocument - neem je een eigen stapel in categorie 12 Reisdocument op. Categorie 12 kent geen historie. Er zijn een aantal aandachtspunten:

Nummer Nederlands reisdocument

Het nummer van een reisdocument vind je terug op het reisdocument zelf. Dit nummer kan je controleren in het Basisregister Reisdocumenten. Hieronder wat achtergrondinformatie over het documentnummer:

  • De eerste letter van het documentnummer verwijst naar het soort document:

         N     = nationaal paspoort

         I    = Nederlandse identiteitskaart

         B    = zakenpaspoort

         A    = vreemdelingenpaspoort

         R    = vluchtelingenpaspoort

         D    = diplomatiek paspoort

         S    = dienstpaspoort

  • Het nummer bestaat uit een combinatie van cijfers en letters.
  • De cijfers 1, 2 en 0 worden kleiner afgedrukt dan de overige cijfers. 
  • De cijfers 3, 4, 5, 7 en 9 zijn groter met de bovenkant gelijk aan de kleine cijfers en steken onder de letters uit.
  • De cijfers 6 en 8 zijn groter, maar in grootte gelijk aan de letters.
  • De letter 'O' komt in de documentnummers nooit voor. Reden hiervoor is om verwarring te voorkomen met het cijfer '0'. Alleen het cijfer komt dus voor.
  • Op positie 1 en 2 staan letters. Op positie 3 tot en met 8 staan letters of cijfers. Op positie 9 staat een cijfer.

Autoriteit van afgifte

Bij een reisdocument verstrekt op of ná 10 oktober 2010 door de gezaghebber op Bonaire (landcode 5106), Saba (5108) of Sint Eustatius (5109), vul je code GH gevolgd door de betreffende landcode in. Bij een reisdocument verstrekt vóór 10 oktober 2010 door de gouverneur van of gezaghebber in de Nederlandse Antillen, vult je code G7011. in Zie voorbeelden hieronder.

Document

Deze gegevens worden afwijkend gevuld van de meeste mutaties. 

  • Gemeente waar het paspoortdossier zich bevindt: de verstrekking is door de Gezaghebber van Bonaire, Saba of Sint Eustatius gedaan, je vult hier de standaardwaarde (0000) in.
  • Datum van opname in het paspoortdossier: Dit is de datum waarop de gegevens over het verstrekte reisdocument aan het dossier zijn toegevoegd. Het document is uitgegeven door de Gezaghebber van Bonaire, Saba of Sint Eustatius, je vult hier de standaardwaarde (00-00-0000) in.
  • Beschrijving dossier waarin de aanvullende paspoortgegevens zich bevinden: Dit is een zo nauwkeurig mogelijke beschrijving van het dossier waarin de aanvullende reisdocumentgegevens zich bevinden. Het reisdocument is in het Caribisch deel van Nederland verstrekt, je vult hier de omschrijving van de uitgevende instantie opgenomen zoals deze op de houderpagina van het reisdocument staat vermeld.

Geldigheid

De ingangsdatum geldigheid is de datum waarop het reisdocument is verstrekt. Is het reisdocument ingehouden of vermist, dan vul je hier dezelfde datum in als bij rubriek 12.35.60. Voor meer informatie over het verwerken van een vermissing zie Inhouding, inlevering of vermissing van een reisdocument.

Uitreiking reisdocument door Gezaghebber Bonaire, Saba of Sint Eustatius op of na 10-10-2010
V13.1.3    
  Categorie 12 Reisdocument  
35.10 Soort Nederlands reisdocument PN
35.20 Nummer Nederlands reisdocument NX90R18C4
35.30 Datum uitgifte Nederlands reisdocument datum van afgifte, na 10-10-2010
35.40 Autoriteit van afgifte Nederlands reisdocument GH5106
35.50 Datum einde geldigheid Nederlands reisdocument datum geldig tot
82.10 Gemeente waar het paspoortdossier zich bevindt 0000
82.20 Datum van opname in het paspoortdossier 00-00-0000
82.30 Beschrijving dossier paspoortgegevens Gezaghebber op Bonaire
85.10 Ingangsdatum geldigheid afgiftedatum reisdocument
86.10 Datum van opneming Systeemdatum

Uitreiking door de Gouverneur van Aruba, Curaçao of Sint Maarten 

Voor ieder reisdocument dat is uitgegeven door de Gouverneur van Aruba, Curaçao of Sint Maarten - niet zijnde een nooddocument of laissez-passer, een diplomatiek paspoort, een dienstpaspoort of een buitenlands reisdocument - neem je een eigen stapel in categorie 12 Reisdocument op. Categorie 12 kent geen historie. Er zijn een aantal aandachtspunten:

Nummer Nederlands reisdocument

Het nummer van een reisdocument vind je terug op het reisdocument zelf. Dit nummer kan je controleren in het Basisregister Reisdocumenten. Hieronder wat achtergrondinformatie over het documentnummer:

  • De eerste letter van het documentnummer verwijst naar het soort document:

         N     = nationaal paspoort

         I    = Nederlandse identiteitskaart

         B    = zakenpaspoort

         A    = vreemdelingenpaspoort

         R    = vluchtelingenpaspoort

         D    = diplomatiek paspoort

         S    = dienstpaspoort

  • Het nummer bestaat uit een combinatie van cijfers en letters.
  • De cijfers 1, 2 en 0 worden kleiner afgedrukt dan de overige cijfers. 
  • De cijfers 3, 4, 5, 7 en 9 zijn groter met de bovenkant gelijk aan de kleine cijfers en steken onder de letters uit.
  • De cijfers 6 en 8 zijn groter, maar in grootte gelijk aan de letters.
  • De letter 'O' komt in de documentnummers nooit voor. Reden hiervoor is om verwarring te voorkomen met het cijfer '0'. Alleen het cijfer komt dus voor.
  • Op positie 1 en 2 staan letters. Op positie 3 tot en met 8 staan letters of cijfers. Op positie 9 staat een cijfer.

Autoriteit van afgifte

Bij een reisdocument verstrekt op of ná 10 oktober 2010 door de gouverneur van Aruba (landcode 5095), Curaçao (5107) of Sint Maarten (5110), vul je code GN gevolgd door de betreffende landcode in. Bij een reisdocument verstrekt vóór 10 oktober 2010 door de gouverneur van Aruba, vul je code G5095 in. Bij een reisdocument verstrekt voor 10 oktober 2010 door de gouverneur van of gezaghebber in de Nederlandse Antillen, vul je code G7011 in. Zie voorbeelden hieronder.

Document

Deze gegevens worden afwijkend gevuld van de meeste mutaties. 

  • Gemeente waar het paspoortdossier zich bevindt: Is de verstrekking door de Gouverneur van Aruba, Curaçao of Sint Maarten, dan vul je hier de standaardwaarde (0000) in.
  • Datum van opname in het paspoortdossier: Dit is de datum waarop de gegevens over het verstrekte reisdocument aan het dossier zijn toegevoegd. Als de persoon een reisdocument overlegt dat is uitgegeven door de Gouverneur van Aruba, Curaçao of Sint Maarten, dan vul je hier de standaardwaarde (00-00-0000) in.
  • Beschrijving dossier waarin de aanvullende paspoortgegevens zich bevinden: Dit is een zo nauwkeurig mogelijke beschrijving van het dossier waarin de aanvullende reisdocumentgegevens zich bevinden. Is het reisdocument in het Caribisch deel van Nederland verstrekt, dan wordt hier de omschrijving van de uitgevende instantie opgenomen zoals deze op de houderpagina van het reisdocument staat vermeld.

Geldigheid

De ingangsdatum geldigheid is de datum waarop het reisdocument is verstrekt. Is het reisdocument ingehouden of vermist, dan vul je hier dezelfde datum in als bij rubriek 12.35.60. Voor meer informatie over het verwerken van een vermissing zie Inhouding, inlevering of vermissing van een reisdocument.

Uitreiking door Gouverneur Aruba, Curaçao of Sint Maarten op of na 10-10-2010
V13.1.4c    
  Categorie 12 Reisdocument  
35.10 Soort Nederlands reisdocument PN
35.20 Nummer Nederlands reisdocument NX90R18C7
35.30 Datum uitgifte Nederlands reisdocument datum van afgifte, op of na 10-10-2010
35.40 Autoriteit van afgifte Nederlands reisdocument GN5110
35.50 Datum einde geldigheid Nederlands reisdocument datum geldig tot
82.10 Gemeente waar het paspoortdossier zich bevindt 0000
82.20 Datum van opname in het paspoortdossier 00-00-0000
82.30 Beschrijving dossier paspoortgegevens Gouverneur van Sint Maarten
85.10 Ingangsdatum geldigheid afgiftedatum reisdocument
86.10 Datum van opneming Systeemdatum

 

Handleiding Uitvoeringsprocedures HUP

Gegevens opnieuw in onderzoek stellen

Gegevens opnieuw in onderzoek stellen

Het kan gebeuren dat een onderzoek wordt beëindigd zonder ‘resultaat’, dat wil zeggen dat het niet tot actualisering of correctie van de gegevens heeft geleid. Als er opnieuw twijfel over de juistheid van deze gegevens ontstaat, dan worden nieuwe onderzoeksgegevens op de persoonslijst opgenomen. Je actualiseert de gegevens in element 83.10 Aanduiding gegevens in onderzoek en in element 83.20 Datum ingang onderzoek. Je verwijdert de datum uit element 83.30 Datum einde onderzoek. Het betreft hier administratieve gegevens en door deze verwijdering van de datum einde onderzoek ontstaat geen historie. Je neemt de indicatie onjuist niet op. Zie De soorten gegevens.

Gegevens opnieuw in onderzoek stellen
V12.5      
  Categorie 08 Verblijfplaats Oud Nieuw
09.10 Gemeente van inschrijving 0518 's-Gravenhage 0518 's-Gravenhage
09.20 Datum inschrijving 01-10-1994 01-10-1994
10.10 Functie adres W W
10.20 Gemeentedeel    
10.30 Datum aanvang adreshouding 01-03-2017 01-03-2017
11.10 Straatnaam Turfmarkt Turfmarkt
11.15 Naam Openbare ruimte Turfmarkt Turfmarkt
11.20 Huisnummer 147 147
11.30 Huisletter    
11.40 Huisnummertoevoeging    
11.50 Aanduiding bij huisnummer    
11.60 Postcode 2511DP 2511DP
11.70 Woonplaatsnaam 's-Gravenhage 's-Gravenhage
11.80 Identificatiecode verblijfplaats 0518010001635198 0518010001635198
11.90 Identificatiecode nummeraanduiding 0518200001635199 0518200001635199
12.10 Locatiebeschrijving    
14.10 Land vanwaar ingeschreven    
14.20 Datum vestiging in Nederland    
72.10 Omschrijving van de aangifte adreshouding    
75.10 Indicatie document    
83.10 Aanduiding gegevens in onderzoek 080000 080000
83.20 Datum ingang onderzoek 01-09-2019 Systeemdatum
83.30 Datum einde onderzoek 10-12-2019  
85.10 Ingangsdatum geldigheid 01-03-2017 01-03-2017
86.10 Datum van opneming 01-03-2017 01-03-2017
Abonneer op Instructies
Scroll naar boven